Als de rechtmatige grondslag van een verwerking van persoonsgegevens bestaat in de toestemming van de betrokkene, dan wordt de toestemming uitdrukkelijk gevraagd en kan deze op elk moment weer worden ingetrokken. Toestemming kan echter niet altijd als rechtmatige grondslag gelden als er geen wettelijke grondslag voor de verwerking bestaat. De gemeente houdt zich aan de wettelijke grondslagen en omzeilt deze niet door toestemming aan de betrokkene te vragen. Als het delen van persoonsgegevens op grond van de wet niet is geregeld maar wel gewenst is voor een optimale behandeling van een zaak, wat kan voorkomen bij de uitvoering van de Jeugdwet of de Wet matschappelijke ondersteuning, dan wordt concreet en per gewenste uitwisseling toestemming gevraagd van de betrokkene. Hierbij worden de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport van de AP over de rol van toestemming 6 https://autoriteitpersoonsgegevens.nl/sites/default/files/atoms/files/rapport_de_rol_van_toestemming_in_het_sociaal_domein.pdf meegenomen.