Iedere vrouwelijke medewerker die haar kind borstvoeding geeft, wordt gedurende ten hoogste 1 jaar na de geboorte van het kind de gelegenheid gegeven haar kind te zogen dan wel de borstvoeding te kolven. In dat geval heeft de medewerker recht om maximaal 25% van de arbeidstijd per dienst te benutten voor het geven van borstvoeding en/of kolven.
De werkgever stelt een ruimte beschikbaar waar de vrouwelijke medewerker kan zogen of kan kolven. Bij dit alles speelt de redelijkheid een belangrijke rol.
Artikel 6