Een persoon als omschreven in de onderdelen 5 en 6 van artikel 1, eerste lid, onder g, van de Wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 13, lid 2, onder b in aanmerking worden gebracht wanneer aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het normale gebruik van de woning belemmeren.
Een persoon als omschreven in de onderdelen 5 en 6 van artikel 1, eerste lid, onder g, van de Wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 13, lid 2, onder c en d in aanmerking worden gebracht wanneer de in het eerste lid genoemde voorziening niet mogelijk is of niet de goedkoopst adequate voorziening is.
Een persoon als omschreven in de onderdelen 5 en 6 van artikel 1, eerste lid, onder g, van de Wet kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 13, lid 2, onder h in aanmerking worden gebracht wanneer sprake is van een op basis van aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek aanwezige gedragsstoornis met ernstig ontremd gedrag tot gevolg, waarbij alleen het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon tot rust kan komen.
Het bepaalde in lid 2 blijft buiten toepassing indien de kosten voor de in artikel 13, lid 2, onder c en d vermelde voorzieningen lager zijn dan € 10.000,00
Een persoon, die op verzoek van de gemeente, ten behoeve van een persoon als omschreven in de onderdelen 5 en 6 van artikel 1, eerste lid, onder g, van de Wet, de woning heeft vrijgemaakt kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 13, lid 2, onder b, in aanmerking komen.
Hoofdstuk 4
Artikel 15
Primaat van de verhuizing en de uitraasruimte
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2012