Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 21

Vermogensdrempel

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2012

De aanvrager heeft geen recht op een woonvoorziening als bedoeld in artikel 13, lid 2, onder b,c en d indien hij eigenaar is van de aan te passen woning en het in de woning gebonden vermogen hoger is dan 1,5 maal de vermogensdrempel zoals genoemd in artikel 34 lid 2 onderdeel d van de Wet werk en bijstand (Wwb). Het in de woning gebonden vermogen bedoeld in lid 1 (ook wel overwaarde genoemd) is gelijk aan de waarde van de woning in het economisch verkeer bij vrije verkoop, minus de openstaande hoofdsom van de geldlening in verband met op de woning gevestigde recht van hypotheek. Het bepaalde in lid 1 blijft buiten toepassing indien : de totale kosten van de noodzakelijk geachte woningaanpassing in lid 1 niet hoger is dan € 10.000,00. de aanvrager blijkens de schriftelijke afwijzing van een tweetal erkende kredietverstrekkers niet in staat is middels het geven van een recht van hypotheek het vermogen als bedoeld in lid 2 te gelde te maken tot tenminste het bedrag dat nodig is om de woonvoorziening te realiseren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel