Bij het verstrekken van individuele voorzieningen in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget is de aanvrager een eigen bijdrage verschuldigd.
Bij het verstrekken van een individuele voorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming is een eigen aandeel verschuldigd.
Voor de volgende voorzieningen is geen eigen bijdrage/eigen aandeel verschuldigd:
rolstoelen of een sportrolstoel;
financiële tegemoetkoming voor individueel vervoer per auto of taxi;
vergoeding voor tijdelijke huisvesting en huurderving;
tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten;
een voorziening bedoeld voor een belanghebbende jonger dan 18 jaar.
De hoogte van de eigen bijdrage en het eigen aandeel wordt vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 4.1 lid 1 van het van het landelijke Besluit maatschappelijke ondersteuning en bedraagt nooit meer dan :
de kostprijs van de voorziening;
de hoogte van het verstrekte persoonsgebonden budget;
de hoogte van de verstrekte financiële tegemoetkoming.
De termijn van de inning van de eigen bijdrage en/of eigen aandeel is:
39 periodes van 4 weken bij de verstrekking van een bouwkundige of woontechnische voorziening;
39 periodes van 4 weken bij de verstrekking van een voorziening in eigendom;
gelijk aan de verstrekkingsduur van een voorziening in natura;
gelijk aan de verstrekkingsduur van een periodiek persoonsgebonden budget;
gelijk aan de afschrijvingstermijn die in de toekenningbeschikking van het persoonsgebonden budget voor een voorziening is vermeld;
de inning van de eigen bijdrage stopt bij overlijden van belanghebbende.
Vaststelling en inning van de eigen bijdrage en het eigen aandeel wordt gedaan door het Centraal Administratie Kantoor (CAK).
Hoofdstuk 2
Artikel 7
Eigen bijdrage en eigen aandeel.
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2012