Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.5

Erkenning (water)bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten of waterschap

Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Lelystad houdende regels omtrent het bodembeheer (Nota bodembeheer)

De gemeenten van de provinciebrede samenwerking bodembeleid Flevoland erkennen elkaars bodemkwaliteitskaarten. Als een gemeente of waterschap binnen het beheergebied voor het eigen grondgebied een nieuwe (water)bodemkwaliteitskaart vastgesteld heeft, wordt deze, zonder afzonderlijk bestuurlijk besluit, als bewijsmiddel voor de kwaliteit van de grond in alle gemeenten waar deze nota bodembeheer geldt, geaccepteerd . In dat geval kan de desbetreffende (water)bodemkwaliteitskaart als milieuhygiënische verklaring dienen, mits geen sprake is van verdachte locaties. De deelnemende gemeenten kunnen op enig moment de bodemkwaliteitskaart van een andere, aan Flevoland grenzende gemeente als bewijsmiddel erkennen (door middel van een bestuurlijk besluit). Daarmee wordt het beheergebied groter en wordt de erkende kaart onderdeel van de nota bodembeheer. Dit geldt alleen voor de gemeente die de kaart erkend heeft. Om de bodemkwaliteitskaart (BKK) van een andere gemeente respectievelijk de waterbodemkwaliteitskaart (WBKK) van een waterkwaliteitsbeheerder, als bewijsmiddel te kunnen accepteren, moet minimaal aan de volgende eisen worden voldaan: de BKK is opgesteld voor het standaard stoffenpakket uit de aktuele NEN 5740; de WBKK is opgesteld voor het standaard stoffenpakket uit de aktuele NEN 5720; de (W)BKK is opgesteld volgens de aktuele Richtlijn bodemkwaliteitskaarten; Indien de grond afkomstig is uit heterogene zones, kan de gemeente een percentielwaarde die hoger ligt dan de gemiddelde waarde als te toetsen waarde hanteren. Dit ter beoordeling aan de gemeente; de locatie van herkomst is onverdacht voor bodemverontreiniging; voor de locatie van herkomst zijn geen andere bewijsmiddelen beschikbaar die meer locatiespecifiek zijn; de (W)BKK mag niet verlopen zijn. Grond afkomstig van buiten Flevoland wordt getoetst aan bodemfunctie en bodemkwaliteit. Dit komt overeen met het generieke kader. Dit betekent dat alleen schone grond (kwaliteit landbouw/natuur) mag worden toegepast, met uitzondering van grond in grootschalige bodemtoepassingen. Hiermee wordt gewaarborgd dat de gemiddelde bodemkwaliteit van het grondgebied van Flevoland niet verslechtert (stand-still).

Rechtspraak bij dit artikel