Bij de totstandkoming van het gezamenlijke beleid voor grondverzet in de Flevolandse gemeenten zijn diverse instanties betrokken.
De provincie, het waterschap en ook de gemeenten vervullen rond grondverzet meerdere rollen. Naast hun taak als bevoegd gezag voor verschillende wetten, beheren ze elk grote delen openbaar gebied en diverse (water)wegen.
De provincie Flevoland en het waterschap Zuiderzeeland zijn ambtelijk betrokken door deelname in de projectgroep. Binnen de gemeenten is het te voeren beleid breed ambtelijk voorbereid en getoetst.
Prorail en Rijkswaterstaat hebben op 30 juni 2009 alle gemeenten in Nederland een brief geschreven met het verzoek de gronden, behorende bij rijks- en spoorwegen, in te delen in de gebruiksfunctie ‘Industrie’. Dit verzoek is ingewilligd, zoals beschreven in bijlage 2.1.
In Flevoland zijn diverse grondbeheerders en agrarische belangenorganisaties actief, zoals LTO, Stichting Flevolandschap, Staatsbosbeheer, Domeinen en Natuurmonumenten.
Voorafgaand aan de besluitvorming zijn alle hierboven genoemde instanties op de hoogte gebracht van de uitgangspunten van het op te stellen beleid. Tijdens de terinzagelegging konden deze instanties hun zienswijze inbrengen.
Overige belanghebbenden konden reageren op de algemene publicaties in de krant en op internet.
In de periode oktober-december 2011 hebben de ontwerpbesluiten met de ontwerpnota bodembeheer bij de deelnemende gemeenten ter inzage gelegen.
Hierop zijn de volgende reacties ontvangen
9 november 2011 Rijkswaterstaat
14 november 2011 Waterschap Zuiderzeeland
Rijkswaterstaat geeft aan geen zienswijze in te dienen.
Het waterschap heeft een aantal tekstuele opmerkingen. Deze zijn verwerkt in de Nota bodembeheer.
Daarnaast geeft het waterschap het volgende aan:
Voor (incidenteel) vrijkomende grond/specie uit de kwaliteitsklasse 'Industrie' zijn geen toepassingsmogelijkheden.
Verzocht wordt om te kiezen voor de toepassingsmogelijkheid “industrie” op de wegbermen.
De effectiviteit van dit beleid binnen een aantal jaren te monitoren.
Het verzoek van het waterschap de Lokale maximale waarde voor de bermen buiten de bebouwde kom te verhogen tot kwaliteitsklasse “industrie” is niet gehonoreerd.
De reden hiervoor is dat deze aanpassing een ernstige verslechtering van de bodemkwaliteit in de bermen mogelijk maakt, zonder dat hiervoor de noodzaak is aangetoond. In Flevoland komt relatief weinig grond met kwaliteitsklasse industrie vrij. Grond en bagger met kwaliteitsklasse “Industrie” kan worden gebruikt in een grootschalige bodemtoepassing of worden afgevoerd naar een erkende verwerker.
De monitoring van de effectiviteit van het beleid was al in het ontwerpbesluit opgenomen. Bij de monitoring en evaluatie zal aandacht geschonken worden aan de toepassingsmogelijkheden van licht verontreinigde baggerspecie.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.6
Overleg betrokken instanties
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Lelystad houdende regels omtrent het bodembeheer (Nota bodembeheer)