Onderstaande rechterlijke uitspraken zijn relevant om toe te voegen aan deze beleidsuitgangspunten.
Uitspraak 25 juni 2018
Op 25 juni 2018 heeft de voorzieningsrechter uitspraak gedaan in een kort geding zaak van de We Are Here groep tegen het besluit van het OM om het op 5 juni door hen gekraakte pand op de Groen van Prinstererlaan 114 in Amstelveen te ontruimen. De rechter heeft het besluit rechtmatig geacht en geoordeeld dat de ontruiming doorgang mocht vinden. De afwegingen in deze zaak hebben geleid tot het oordeel dat het belang van de Staat, en dan vooral het openbare orde aspect, prevaleert boven dat van de krakers. Voldoende aannemelijk was dat deze kraakactie deel uitmaakt van een breder patroon waarbij de We Are Here groep al krakend door Amsterdam trekt, mogelijk erop rekenend dat de rechter, als eenmaal een huisrecht is gevestigd, haar een extra termijn gunt op grond van zijn uitzonderingsbevoegdheid. Zo’n bevoegdheid mag echter niet worden gebruikt als instrument of element om een woonmodel van de groep te onderhouden door zich jarenlang in een reeks kraakpanden te handhaven. De werkwijze na het laatste kort geding van eind april 2018 is daarvoor illustratief wordt door de rechter benoemd. De We Are Here groep heeft geen gebruik gemaakt van de bestaande opvang mogelijkheden, zoals de Havenstraat, maar is opnieuw overgegaan tot kraak met de daarbij horende wanordelijkheden. Dat is ongewenst uit een openbare orde oogpunt. Bovendien gaat het hier inmiddels om een patroon, dus niet (meer) om een incident.
ECLI:HR:2016:607
Uitspraak Hoge raad 28-10-2011
De ontruimingsbevoegdheid van artikel 551a Sv. en de daarop gebaseerde beleidsbrief van het Parket-Generaal zijn na toetsing door de Hoge Raad in kort geding op 28-10-2011 overeind gebleven. De Hoge Raad bevestigt in deze uitspraak het uitgangspunt dat een ontruiming in beginsel wordt aangekondigd tenzij één van de in de beleidsbrief van de Parket-Generaal genoemde uitzonderingssituaties zich voordoet.
Arrest 18-12-2012
In kort geding heeft de president van de rechtbank in Groningen bepaald dat het belang van de eigenaar bij sloop van een gekraakt pand minder zwaar woog dan het woonrecht van de kraker, mede omdat de ontwikkelingsplannen na sloop in de ijskast gezet waren. Deze uitspraak is echter in hoger beroep door het hof van Leeuwarden vernietigd.
Uitspraak president van de rechtbank Haarlem
De president heeft de staat verboden een kraakpand te ontruimen omdat het OM na een vorig vonnis waarbij de ontruiming werd toegestaan geruime tijd (drie maanden) niet daadwerkelijk had ontruimd. Bovendien nam de rechter aan dat de kraker enkele maanden na het vonnis uit zichzelf zou vertrekken.
Uitspraak door het Hof van Arnhem 4-5-2011
Het Hof van Arnhem is het eerste hof dat zich in een strafzaak over de Kraakwet heeft uitgelaten. Het Hof heeft uitgemaakt dat de ontruimingsbevoegdheid van het OM op basis van artikel 551a Sv. een zogenaamde accessoire bevoegdheid is en geen strafrechtelijke, zodat een gesteld verkeerd gebruik daarvan niet hoeft te worden besproken in de strafzaak. Gebreken aan dat gebruik zouden niet tot consequenties voor de strafrecht kunnen leiden. In de regel proberen krakers die vervolgd worden altijd de ontruiming zelf te betrekken in hun verweer. Dit arrest biedt de mogelijkheid om een groot gedeelte van deze discussie te voorkomen. In lagere rechtspraak is het arrest overgenomen door de rechtbank Amsterdam, maar zowel in Rotterdam als in Den Haag zijn er uitspraken geweest van rechters die, in strijd met het arrest van het hof van Arnhem, de rechtmatigheid van de ontruiming wel betrekken bij het oordeel in de strafzaak.
Kraker mag van rechter in kraakwoning blijven, ontruiming verboden na toetsing art. 8 EVRM
Kraker heeft drie ruimtes betrokken in een voormalig slachthuis. De eigenaar van het slachthuis heeft een groot gedeelte verhuurd aan de huurder, die koelapparatuur verkoopt. De huurder stelt de gekraakte ruimtes nodig te hebben tijdens veilingen van koelapparatuur die hij in het pand organiseert. De voorzieningsrechter heeft op 21 december 2012 een door de kraker gevorderd verbod tot strafrechtelijke ontruiming afgewezen. De Staat is vervolgens niet tot ontruiming overgegaan. Sindsdien hebben zich nieuwe feiten en omstandigheden voorgedaan waardoor de voorzieningsrechter opnieuw moet beoordelen of de ontruiming proportioneel is. Hierbij neemt de voorzieningsrechter allereerste in aanmerking dat bij kort gedingvonnis van 21 december 2012 het door de kraker gevorderde verbod tot ontruiming is afgewezen en dat de Staat vervolgens niet tot ontruiming is overgegaan. Pas begin maart 2013 is de ontruiming aangezegd. Gelet op het tijdsverloop ligt het niet voor de hand dat de huurder de gekraakte ruimtes zeer dringend nodig heeft. Bovendien heeft op 18 januari 2013 een veiling plaatsgevonden dat de gekraakte ruimtes zijn gebruikt. De Staat heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit voortvloeit dat de veilingen niet georganiseerd kunnen worden zonder dat gebruik kan worden gemaakt van de gekraakte ruimtes dan wel dat enig nadeel is voortgevloeid uit de veiling van 18 januari 213. Hiertegenover staat het in artikel 8 EVRM beschermde belang van de kraker bij huisvesting. Nu voorts duidelijk is geworden dat de huurder per 31 december 2013 het gebruik van het slachthuis zal beëdigen, is de voorzieningsrechter van oordeel dat het gebruik van de ruimtes door de kraker moet prevaleren boven het gebruik van de ruimtes door de huurder. De vordering om de Staat te verbieden de door de kraker gebruikte ruimtes te ontruimen wordt toegewezen.
Uitspraak rechtbank Den Haag rondom spoedontruimingen
Deze uitspraak heeft betrekking op gekraakte bedrijfspanden. Gevolg van deze uitspraak is dat een gekraakt bedrijfspand alleen in aanmerking komt voor een spoedontruiming als de kraker(s), naast kraken/ huisvredebreuk, ook word(t)(e n) verdacht van andere strafbare feiten waardoor de rechthebbende van het gekraakte pand wordt getroffen. ECL:NL:RBDHA:2015:5690
Uitspraak Hoge Raad 28 mei 2013
De Hoge Raad bevestigt een eerdere uitspraak van het gerechtshof omtrent het ontstaan van een huisrecht. Het Hof heeft in deze zaak geoordeeld dat in de 6-7 uur dat het pand was gekraakt geen huisrecht is ontstaan. Er was geen sprake van ongestoord woongenot, omdat de krakers daarin vanaf het begin van hun bezetting door de politie werden gehinderd. Ook verder is niet gebleken dat verdachten(n) in genoemde tijd een privé-huiselijk leven hebben in de woning heeft/ hebben geleid. Voorts was niet vast komen te staan dat verdacht(n) huishoudelijke goederen, voor zover aanwezig, ook daadwerkelijk in gebruik hadden genomen. ECLI:HR:2013:CA0793