Burgemeester en wethouders zijn het bevoegd gezag voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor een ontwikkeling die in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt onderscheid gemaakt in gevallen waarin eerst van de gemeenteraad een besluit (verklaring van geen bedenkingen) nodig is voordat het college de omgevingsvergunning kan verlenen en gevallen waarin dat niet is vereist. In bijlage II van het Besluit omgevingsrecht zijn de categorieën van gevallen genoemd waarvoor burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning kunnen verlenen zonder dat een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad moet worden gevraagd. Deze in de praktijk veelvoorkomende categorieën gevallen worden ook wel de ‘planologische kruimelgevallen’ genoemd. In deze beleidsnotitie wordt een toelichting gegeven wanneer het College gebruik maakt van de bevoegdheid voor deze gevallen een omgevingsvergunning te verlenen.
Aan de hand van de artikelen uit het Besluit omgevingsrecht wordt de beleidsruimte beschreven. Waar mogelijk wordt aangegeven hoe deze beleidsruimte wordt toegepast.
Beleidsregels voor het toepassen van de bevoegdheid van het college om af te wijken van het bestemmingsplan.