Naar hoofdinhoud
Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden. De Wabo beoogt een betere en snellere dienstverlening van de overheid aan burgers en bedrijven. Door integrale vergunningverlening en handhaving ontstaat een doelmatige manier van werken. Wie bijvoorbeeld een huis of schuur wil bouwen, verbouwen, oprichten of gebruiken, krijgt te maken met veel vergunningen en voorschriften voor wonen, ruimte en milieu met elk hun eigen criteria, procedures, ambtelijke loketten, afhandelingstermijnen, leges en toezichthouders. Door de invoering van de Wabo worden 26 vergunningen en 1600 formulieren ondergebracht in één vergunning, de zogenoemde omgevingsvergunning. Zo hebben burgers en ondernemers nog maar te maken met één vergunning, één loket, één besluit en één procedure. Bovendien kan de aanvraag digitaal worden ingediend via Omgevingsloket online (OLO). In artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is geregeld dat voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c (activiteit strijdig met het vigerende bestemmingsplan) slechts een omgevingsvergunning kan worden verleend met toepassing van de in het bestemmingsplan opgenomen regels inzake afwijking (binnenplanse afwijking) of in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen. Dat laatste is door het Rijk uitgewerkt in een lijst met categorieën van gevallen. Deze zijn opgenomen in artikel 4 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) en wordt ook wel de ‘planologische kruimelregeling’ 1 De ‘kruimelregeling’ is de bijnaam van de categorieën van gevallen waarvoor bij ministeriële regeling is bepaald dat het college van B&W bevoegd is van bestemmingsplannen af te wijken (een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad is voor die gevallen niet vereist). Omdat de lijst oorspronkelijk vooral kleine aanpassingen van bestaande bouwwerken bevatte (kruimels) is het bekend geworden als de ‘kruimelregeling’. genoemd. Voor de overige gevallen (projecten die veelal grotere ruimtelijke impact hebben) geldt dat de omgevingsvergunning alleen kan worden verleend als het project niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en nadat de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven. Hiermee maakt de Wabo afwijkingen van de bouw- en gebruiksregels van het bestemmingsplan mogelijk waarvoor burgemeester en wethouders bevoegd zijn de omgevingsvergunning te verlenen zonder dat er eerst een besluit van de gemeenteraad is vereist. Voor aanvragen die passen binnen de categorieën van de kruimellijst dient het college de reguliere voorbereidingsprocedure te volgen (beslistermijn van maximaal 8 weken). Hierdoor kan sneller medewerking worden verleend aan dergelijke aanvragen dan wanneer het bestemmingsplan wordt gewijzigd. Het is tenslotte niet praktisch om voor elke afwijking het bestemmingsplan aan te passen. Dat duurt te lang en is ingewikkelder dan voor de veelal kleinere afwijkingen van het bestemmingsplan, ‘kruimels’, nodig is. Het college kan bij kleinschalige ontwikkelingen afwijken het bestemmingsplan. Soms gebeurt dat op basis van regels die zijn opgenomen in het bestemmingsplan en anders op basis van de ‘kruimelregeling’

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel