Met de ingezette koers voldoen we, behoudens een beperkt aantal aandachtspunten, aan de wettelijke zorgplicht riolering. Wel moeten we de koers, als gevolg van nieuwe ontwikkelingen zoals de Omgevingswet en ruimtelijke ontwikkelingen, bijstellen om te kunnen blijven voldoen. In bijlagen D,E en F hebben we de wijze waarop we invulling geven aan de zorgplicht riolering opgenomen. In het navolgende volstaan we met een opsomming van de aandachtspunten en punten waarop de koers is bijgesteld.
Zorgplicht stedelijk afvalwater
Als gemeente hebben we de zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater. In gebieden waar we als gemeente inzameling en transport van stedelijk afvalwater niet doelmatig vinden en de provincie ontheffing van de zorgplicht heeft verleend moet de houder van het afvalwater zelf zorgen voor de verwerking van het afvalwater.
Uit de evaluatie (zie bijlage C) zijn een tweetal aandachtspunten naar voren gekomen. De belasting van drukriolering met hemelwater en een toename van het gebruik van stedelijk water voor evenementen. Met de stedelijk waterverordening zijn we beter in staat om te sturen op een doelmatig gebruik van de (druk)riolering. Met een doordachte inrichting en beheer op maat moeten we ervoor zorgen dat we problemen als o.a. blauwalgen en botulisme tegengaan. En hoe mooi zou het zijn als onze singels in de toekomst zwemwaterkwaliteit hebben? Voorlopig is dit nog toekomstmuziek, maar een waterkwaliteit die voldoende betrouwbaar is voor het organiseren van evenementen zien we als kansrijk op korte termijn. Hiervoor willen we samen met waterschap Brabantse Delta de eerste stappen zetten.
We stellen ons tot doel om te zorgen voor een doelmatige inzameling en transport van stedelijk afvalwater. Onze ambitie is om het afvalwater op duurzame wijze te verwerken. Bij de inzameling en het transport van het stedelijk afvalwater zorgen we ervoor dat ons systeem zo doelmatig mogelijk functioneert, dat we duurzame technieken inzetten en dat de volksgezondheid niet in het geding komt.
Met het in werking treden van de Omgevingswet (2021) vervalt de provinciale ontheffingsbevoegdheid en mogen we als gemeente samen met het waterschap zelf bepalen wat doelmatig is. Bedrijfsafvalwater, wat niet op dezelfde manier kan worden behandeld als huishoudelijk afvalwater is geen stedelijk afvalwater. Omdat we hier als gemeente geen zorgplicht voor hebben kunnen we desgewenst bestaande of nieuwe aansluitingen van bedrijven weigeren als dit ten goede komt van de zuivering. Hiervoor ontwikkelen we de komende planperiode in samenwerkingsverband een transparant afwegingskader ‘verwerking van huishoudelijk afvalwater’.
We krijgen er de komende jaren ca. 6.000 woningen bij. In de afweging om het afvalwater van deze woningen wel of niet lokaal te zuiveren nemen we mee dat deze overwegend in stedelijk gebied komen te liggen waar we streven naar een verbeterde waterkwaliteit. De voorkeur gaat er daarom naar uit om het stedelijk afvalwater te zuiveren op een locatie die het stadswater niet belast (centrale zuivering).
Zorgplicht hemelwater
De gemeentelijke zorg voor het beheer van afvloeiend hemelwater heeft betrekking op het afvloeiend hemelwater van openbaar terrein en afvloeiend hemelwater wat niet op particulier terrein kan worden verwerkt. De eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt is primair verantwoordelijk voor de verwerking van het hemelwater. Als gemeente hoeven we het hemelwater afkomstig van particulier terrein niet te ontvangen. Alleen als de houder van het verzamelde hemelwater dit redelijkerwijs niet kan afvoeren.
Uit de evaluatie (zie bijlage C) is naar voren gekomen dat we de zorgplicht hemelwater goed op orde hebben met een aantal aandachtspunten: controle op daadwerkelijke aanleg en werking van hemelwatervoorzieningen, bovengrondse verwerking van hemelwater, juiste fasering bij het scheiden van waterstromen en prestatiegrondslagen voor wateroverlast ten aanzien van garages, bergingen en souterrains. In het voorgaande GRP hebben we als pilot gebiedsgerichte prestatiegrondslagen gedefinieerd. Op basis van de opgedane ervaring kiezen we er nu voor om deze functie-afhankelijk in te richten. Hoe belangrijker de functie, des te hoger de beschermingsgraad.
We stellen ons tot doel om te zorgen voor een doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater. Onze ambitie is erop gericht om hemelwatervoorzieningen zoveel als mogelijk te benutten voor verbetering van onze leefomgeving. We houden bij de (her)inrichting van de openbare ruimte rekening met de verwerking van extreme neerslaghoeveelheden. Hemelwater verwerken we zo lokaal mogelijk en benutten we voor het aantrekkelijk maken van de leefomgeving.
We accepteren water op straat, maar geen waterschade
Om de inwoners en bezoekers van Breda te beschermen tegen water in de openbare ruimte hanteren we een beleid waarbij we onderscheid maken tussen hinder, ernstige hinder en waterschade.
De indeling in hinder, ernstige hinder en schade is gericht op lokale effecten van water op het maaiveld. Een speciale categorie is die leidt tot een ernstige belemmering van de bereikbaarheid. Als tunnels in de hoofdwegenstructuur onder water staan zijn delen van Breda moeilijk bereikbaar voor de hulpdiensten, dit is ongewenst. Voor de tunnels in de hoofdwegenstructuur hebben we daarom een aparte prestatiegrondslag gedefinieerd.
Voor de bestaande situatie brengen we de komende planperiode kwetsbare locaties in beeld door middel van een stresstest wateroverlast. Samen met de stresstesten hitte en droogte vanuit het Ruimtelijk AdaptatiePlan (RAP) en de stresstest waterveiligheid van waterschap Brabantse Delta hebben we dan een goed beeld waarmee we vervolgens het gesprek aan kunnen gaan met belanghebbende partijen. We pakken dit integraal op via het in dit SWP opgenomen meerjarenprogramma ‘Breda Water Robuust’.
Hinder vinden we acceptabel
In geval van hevige neerslag is het niet altijd mogelijk om alle neerslag direct af te voeren via het rioolsysteem, in dergelijke situaties zal het water tijdelijk op het maaiveld geborgen worden. Het kan gebeuren dat het tijdelijk bergen van hemelwater op het maaiveld leidt tot hinder. Door een slimme bovengrondse inrichting proberen we de hinder zo veel mogelijk te beperken. In geval van hinder treffen we geen maatregelen als er vanuit de toestand van de riolering geen opgave is. Gelet op klimaatverandering zal de frequentie van water op straat toenemen.
Met het nemen van klimaatadaptieve maatregelen proberen we de frequentie van optreden van water op straat te beperken. Omdat het vanuit economisch oogpunt niet haalbaar is om het ondergrondse systeem te (blijven) verzwaren om het risico op water op straat te beperken doen we een beroep op het acceptatievermogen van mensen, bijvoorbeeld door hun rijgedrag aan te passen in ondergelopen straten. Onze inwoners zullen moeten accepteren dat er wat vaker en langer water op straat staat. Dit gaan we communiceren.
We zullen moeten accepteren dat er wat vaker en langer water op straat staat
Ernstige hinder willen we zoveel mogelijk voorkomen
In het geval van ernstige hinder treffen we tijdelijke veiligheidsmaatregelen zoals verkeersafzettingen. Om de kans op ernstige hinder/overlast te beperken treffen we structurele verbetermaatregelen in combinatie met reconstructie-werkzaamheden of maatregelen in de openbare ruimte. We zijn hierin volgend tenzij de restlevensduur van het riool lager is dan tien jaar. We waken ervoor dat wijzigingen in het hoogteprofiel niet leiden tot een verhoogd risico op wateroverlast.
We streven ernaar de hoofdontsluitingswegen zoveel mogelijk begaanbaar te houden
Waterschade vinden we niet acceptabel
Waterschade willen we uiteraard niet, maar dit is nooit uit te sluiten. In de onverhoopte situatie dat sprake is van waterschade stellen we een onderzoek in naar mogelijke oorzaken. Afhankelijk van de bevindingen en als blijkt dat geen sprake was van overmacht, maar van een structureel probleem, treffen we binnen twee jaar (tijdelijke) kostenefficiënte maatregelen om het risico op waterschade te beperken. We realiseren binnen een periode van vijf à tien jaar structurele en lokale verbetermaatregelen of verbetermaatregelen elders in het systeem als dit effectiever is (leidend). Waterschade als gevolg van extreme neerslag, waartegen we ons redelijkerwijs en tegen betaalbare kosten niet kunnen wapenen, beschouwen we als overmacht.
Waterschade willen we uiteraard niet, maar is nooit uit te sluiten
We benutten de openbare ruimte voor de opvang van extremen
Omdat het niet kosteneffectief is om alle neerslag ondergronds te verwerken streven we ernaar de openbare ruimte optimaal te benutten voor de opvang van overtollig hemelwater. Ook door te accepteren dat er wat vaker op straat staat of in groenvoorzieningen kunnen we extremen beter opvangen. De frequentie en duur waarmee dit mag plaatsvinden laten we variëren afhankelijk van de functie. Hiervoor hebben we prestatiegrondslagen opgesteld. We krijgen er de komende jaren ca. 6.000 woningen bij. Het hemelwater afkomstig van deze woningen zamelen we bij voorkeur gescheiden in, waarbij de voorkeur uitgaat naar bovengrondse hemelwater infiltratie- en bergingsvoorzieningen.
Hemelwater bovengronds bergen, infiltreren en dan pas afvoeren
De afgelopen planperiode hebben de brabantse waterschappen één gemeenschappelijke Brabant Keur opgesteld. Om beter aan te sluiten bij de vernieuwde Keur hanteren we bij de uitvoering van ons hemelwaterbeleid als uitgangspunt dat bij een duurzame invulling de bergingsopgave minimaal 60 mm bedraagt in plaats van 78 mm. Onder duurzame invulling verstaan we de instandhouding en verbetering van het watersysteem door infiltratie en zuivering in een bovengronds systeem.
Zorgplicht grondwater
Als gemeente dragen we zorg voor het in openbaar gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken mits dit doelmatig is en voor zover er geen verantwoordelijkheid bestaat voor de waterbeheerder of de provincie. De perceeleigenaar is wettelijk gezien primair zelf verantwoordelijk voor het oplossen van zijn eigen grondwaterprobleem.
Uit de evaluatie is gebleken dat we de zorgplicht grondwater naar behoren invullen met als aandachtspunt de zorgplicht drinkwater, waar we ook een verantwoordelijkheid in hebben. Er zijn geen regels voor de aanlegdiepte van gesloten warmte- en koudeopslag systemen. Bij foutieve aanleg kan dit risico’s voor de grondwaterkwaliteit geven. De B5-gemeenten gaan daarom samen met provincie Noord-Brabant een communicatieplan opstellen. Vanuit stedelijk water nemen we deze communicatie over en brengen onze kennis en kunde in bij een eventuele verkenning naar mogelijke risico’s van WKO-systemen. De ondergrens van 1 ha voor een onderzoeksverplichting bij (her)ontwikkelingen hebben we verlaagd van 1 ha naar 0,5 ha. Hierdoor houden we meer grip.
We stellen ons tot doel om ervoor te zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert. Onze ambitie is om ons ruimtegebruik zo veel mogelijk af te stemmen op het natuurlijke grondwaterregime. Een gezonde grondwaterhuishouding is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van zowel particulieren, gemeente, waterschap en provincie. Samen streven we naar het voorkomen van verdroging en grondwateroverlast. De invloed van menselijke ingrepen op het grondwaterregime onderzoeken we vooraf, waarbij we er naar streven om de natuurlijke situatie zoveel als mogelijk intact te laten. Bij het vervangen van riolering beoordelen we naast het mogelijke effect op grondwateroverlast ook het mogelijke effect op droogte.
Stedelijk waterverordening 2019
Met dit stedelijk waterplan stellen we ook de stedelijk waterverordening 2019 vast. In deze verordening leggen we de aansluit- en gebruiksvoorwaarden en de verantwoordelijkheidsverdeling voor beheer en onderhoud van de perceelaansluitleiding(en) vast. De stedelijk waterverordening wordt uiteindelijk onderdeel van het gemeentelijk Omgevingsplan. Op deze wijze sorteren we met dit SWP alvast voor op de Omgevingswet. In 2020 evalueren we de verordening om deze afhankelijk van de bevindingen eventueel bij te stellen.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.5