Naar hoofdinhoud
Het stedelijk waterbeheer is lange tijd beoordeeld op basis van efficiëntie. ‘Welke resultaten hebben we behaald met de beschikbare middelen?’. Met het Bestuursakkoord Water is het begrip doelmatigheid meer centraal komen te staan. ‘Wat is de effectiviteit van de ingezette middelen?’ Door ook de effecten in beschouwing te nemen wordt duidelijk waar ingrepen meer of minder effectief zijn en waar eventueel meer of minder risico kan worden genomen. We nemen meer risico waar het kan en minder risico waar het moet Met het slijten van de bestaande riolering neemt de vervangingsopgave als gevolg van de leeftijdsopbouw toe. Zo zal in theorie de piek in rioolaanleg in de jaren vijftig-zestig de komende 5-10 jaar tot een vervangingspiek leiden (uitgaande van een gemiddelde levensduur van 60-80 jaar). Los van de toestand van het riool betekent dit een vervangingstempo van ca. 15 km/jaar. Om beter te kunnen beoordelen of een riool aan vervanging toe is hebben we de afgelopen planperiode de toestand van het rioleringssysteem geïnspecteerd. Met deze inspectieresultaten zijn we beter in staat om een afweging te maken tussen het wel of niet vervangen/verbeteren van een riool. We staan voor een grote vervangingsopgave We inspecteren periodiek de toestand van het riool ter inschatting van de restlevensduur Door de levensduur op te rekken kunnen we beter sturen op een wijksgewijze vervanging van de riolering. We nemen dan meer risico waar het kan zijn en minder risico waar het moet. Het geld dat we besparen zetten we in voor het verbeteren van het systeem en/of het verbeteren van de leefomgeving met water gerelateerde voorzieningen. De functie van de bovenliggende infrastructuur en andere factoren zoals het aantal aangesloten woningen, de aanwezigheid van bijvoorbeeld een ziekenhuis bepalen in hoeverre het verantwoord is om meer of minder risico te nemen. Zo accepteren we een wegverzakking als gevolg van een ingestort riool eerder in een rustige woonwijk dan in een drukke woonwijk of bedrijventerrein. We maken gebruik van onderstaand afwegingskader waarin voor elke rioolstreng wordt bepaald of: de streng onder een rustige woonstraat ligt water via een andere weg kan afstromen of de streng belangrijke functies ontsluit en het aantal aansluitingen dat via de rioolstreng afstroomt. Op basis van deze factoren hebben we elke rioolstreng ingedeeld op een schaal van belangrijkheid (van niet belangrijk tot zeer belangrijk) en is een differentiatie gemaakt in het aantal geaccepteerde schadepunten per streng. Deze indeling vormt de basis voor het model ter bepaling van de restlevenduur en de beoordeling van maatregelen. De komende planperiode vervangen we riolen op basis van leeftijd en toestandsbeoordeling. Een ingestort riool kan tot een gat in de weg leiden Met het oprekken van de levensduur van riolering door sleufloze technieken zoals relining of rioolreparaties nemen de kansen af voor het scheiden van waterstromen of een gecombineerde aanpak van boven- en ondergrond. We brengen daarom kansrijke locaties voor relinen en afkoppelen vroegtijdig in kaart ter bevordering van een planmatige aanpak. In het geval riolering aan vervanging toe is of bij nieuwe aanleg houden we in het ontwerpstadium al rekening met te accepteren risico’s (opvang van water in bermen op plaatsen waar dit mogelijk is, situering van kolken e.d.). De restlevensduur bepaalt onze houding bij een opgave in de openbare ruimte We stellen ons leidend op als de restlevensduur van de riolering op basis van de toestand 0-10 jaar bedraagt. We stellen een goed onderbouwde programmering voor rioolverbetering op voor een periode van tien jaar, waarbij we sturen op werk met werk maken (eerste vijf jaar vast, tweede vijf jaar flexibel). Ook op locaties waar de kans op wateroverlast onacceptabel hoog is stellen we ons leidend op. We laten ons bij de keuze van deze locaties ook leiden door kansen voor ruimtelijke adaptatie. Voor riolering met een restlevensduur van 10-20 jaar waar vanuit kwaliteit geen opgave is stellen we ons volgend op. Waar doelmatig koppelen we mee met andere projecten in de openbare ruimte. Voor riolering met een restlevensduur van meer dan 20 jaar zien we vanuit kwaliteit geen opgave. Bij een ingreep in de openbare ruimte gaan we niet mee (bij ondergrondse voorzieningen). Dit zou tot een te groot kapitaalverlies leiden. We sturen op meekoppelen binnen de beschikbare financiële ruimte

Rechtspraak bij dit artikel