Er zijn drie niveaus per ondersteuningsbehoefte, namelijk A, B en C 5 Zie artikel 3 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Hellendoorn 2019. . De indeling van de niveaus A, B en C zegt iets over de kenmerken van de inwoner en/of het gezinssysteem.
Niveau A:
Hieronder staan voorbeelden van kenmerken van inwoners of gezinssystemen die onder niveau A vallen:
er is meestal geen of in beperkte mate sprake van gedragsproblematiek;
er is sprake van een stabiele (ontwikkel en opvoed) context;
de inwoner en/of het gezinssysteem kan afspraken maken over het moment van de ondersteuning;
de kans op risicovolle situaties en/of escalatie is gering;
de cliënt heeft voldoende inzicht: kan veranderingen in eigen ondersteuningsbehoefte signaleren en hierop reageren;
de inwoner of het gezinssysteem is gemotiveerd om ondersteuning te ontvangen.
Niveau B:
Hieronder staan voorbeelden van kenmerken van inwoners of gezinssystemen die onder niveau B vallen:
er kan sprake zijn van gedragsproblematiek die belemmerend werkt bij de uitvoering van de ondersteuning;
de kans op risicovolle situaties en/of escalatie is aanwezig, maar niet groot;
de inwoner of het gezinssysteem kan veranderingen zelf signaleren, maar is onvoldoende in staat om hierop te reageren;
de motivatie van de inwoner/het gezinssysteem voor het volgen van de ondersteuning is wisselend.
Niveau C:
Hieronder staan voorbeelden van kenmerken van inwoners of gezinssystemen die onder niveau C vallen:
er is meestal sprake van matige of ernstige gedragsproblematiek die belemmerend werkt bij de uitvoering van de ondersteuning;
de ondersteuning is niet routinematig;
er is geen stabiele (ontwikkel- en/of opvoed-) context;
er is hoog risico op escalatie/gevaar;
met de inwoner/het gezinssysteem is het niet mogelijk om afspraken te maken over de planning doordat de situatie sterk wisselend is en onvoorspelbaar: voortdurend is herziening van de planning van de ondersteuning nodig;
de inwoner of het gezinssysteem kan veranderingen zelf in het geheel niet signaleren;
er kan verscherpt toezicht nodig zijn;
de inwoner of het gezinssysteem is structureel niet of nauwelijks te motiveren tot het volgen van de ondersteuning of behandeling.