Naar hoofdinhoud
In aanvulling van het gestelde in hoofdstuk 4 van de ASV Delft verlangt het college van de subsidie ontvanger: Een halfjaarrapportage over de inhoudelijke voortgang van de activiteiten met daarbij aandacht voor de bezettingsgraad, het gevoerde ouderbeleid, de geboden kwaliteitszorg en de samenwerking met OAB-scholen en overige subsidieontvangers op grond van deze subsidieregeling. Een tussentijdse verantwoording binnen 2 weken na afloop van ieder kwartaal over: het aantal geplaatste (doelgroep)peuters per maand, uitgesplitst naar peuterplaatsen, VVE-peuterplaatsen en ouders met en zonder kinderopvangtoeslag, en de gefactureerde ouderbijdragen per maand voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag. Houder ontvangt hiervoor een door het college opgesteld format. De volgende informatie vast te leggen in een dossier en toegankelijk te maken voor controle door het college: een ondertekende overeenkomst tussen de ouders en de houder inkomensverklaringen van de ouders en overige documenten op basis waarvan de toets niet-recht op kinderopvangtoeslag is uitgevoerd en de inschaling van de ouderbijdrage heeft plaatsgevonden; Indien van toepassing de verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag; Specifiek voor een doelgroeppeuter: een afschrift van de indicatiestelling door de Jeugd Gezondheidszorg. Het college kan op elk gewenst tijdstip een controle uitvoeren. Deze controle kan eventueel worden uitgevoerd door de (gemeentelijke) accountant. Indien uit de tussentijdse verantwoording conform lid 2 blijkt dat het aantal geplaatste peuters 20% of meer afwijkt van het in de beschikking vermelde aantal, vindt een heroverweging van de subsidie plaats. Mocht de heroverweging leiden tot een wijziging van de subsidieverlening, dan ontvangt de subsidie ontvanger een gewijzigd besluit.

Rechtspraak bij dit artikel