In aanvulling van het gestelde in hoofdstuk 4 van de ASV Delft vindt de vaststelling van de subsidie plaats op basis van het daadwerkelijke gebruik van peuterplaatsen en VVE-peuterplaatsen.
De vaststelling van de subsidie vindt plaats op basis van het werkelijk aantal kinderen dat gedurende een jaar of een gedeelte van het jaar gebruik heeft gemaakt van de peuterplaatsen en VVE-peuterplaatsen, het geldende uurtarief en het aantal uren dat per peuter gebruik is gemaakt. De gefactureerde ouderbijdragen worden hierop in mindering gebracht.
Voor de vaststelling van de subsidie wordt mede gebruik gemaakt van de tussentijdse verantwoordingen, zoals bedoeld in artikel 17, lid 2.
Gedurende de subsidieperiode mag houder de werkelijke invulling van de (VVE)-peuterplaatsen aanpassen ten opzichte van de aantallen genoemd in de subsidieaanvraag. Het vastgestelde subsidiebedrag kan echter nooit hoger worden dan het eerder verleende subsidiebedrag.
Hoofdstuk 2
Artikel 18