Naar hoofdinhoud
Op basis van artikel 2.1 Wabo is het verboden een bouwwerk te bouwen zonder omgevingsvergunning. In datzelfde artikel is evenwel opgenomen dat bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat dit verbod in bepaalde categorieën van gevallen niet van toepassing is. In artikel 2 van bijlage II van het Bor is bepaald in welke gevallen een omgevingsvergunning niet benodigd is. Meer specifiek is in de aanhef en lid 6 van dit artikel opgenomen dat een omgevingsvergunning niet vereist is voor: “een collector voor warmteopwekking of een paneel voor elektriciteitsopwekking op een dak, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: indien op een schuin dak: binnen het dakvlak, in of direct op het dakvlak, en hellingshoek gelijk aan hellingshoek dakvlak, indien op een plat dak: afstand tot de zijkanten van het dak ten minste gelijk aan hoogte collector of paneel, en indien de collector of het paneel niet één geheel vormt met de installatie voor het opslaan van het water of het omzetten van de opgewekte elektriciteit: die installatie aan de binnenzijde van een bouwwerk is geplaatst;” Uit artikel 4a lid 1 van bijlage II van het Bor volgt dat een omgevingsvergunning wel vereist is indien een collector of paneel wordt aangebracht aan een monument, tenzij het wordt aangebracht op een deel van het monument dat uit oogpunt van Monumentenzorg geen monumentale waarde heeft of bij een monument (artikel 4a lid 1b van bijlage II Bor). Uit artikel 4a lid 2b onder 2° van bijlage II van het Bor volgt dat voor een dergelijk bouwwerk in een als beschermd stads- of dorpsgezicht aangewezen gebied eveneens een omgevingsvergunning is vereist, tenzij het zonnepaneel wordt bevestigd aan een achtergevel of achterdakvlak en deze achtergevel of achterdakvlak niet naar het openbaar toegankelijk gebied is gekeerd. Het openbaar toegankelijk gebied is als volgt gedefinieerd: “weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer;” Hieruit volgt dat ook achterpaden die bestemd / toegankelijk zijn voor gemotoriseerd verkeer vallen onder de definitie van ‘openbaar toegankelijk gebied’. Kortom, indien in het als beschermd dorpsgezicht aangewezen gebied zonnepanelen aan de voorzijde worden gerealiseerd of aan de zij- / achterzijde en deze zij- / achterzijde naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd – zoals bijvoorbeeld een weg of voor auto’s bestemde achterpaden – dan is altijd een omgevingsvergunning voor de plaatsing van deze zonnepanelen benodigd. Voor monumenten geldt in bijna alle gevallen hetzelfde. Het plaatsen van zonnepanelen / zonnecollectoren op de grond is niet expliciet opgenomen in het Bor. Wel zijn andere bouwwerken (geen gebouw zijnde) ingevolge artikel 2, lid 21, van bijlage II van het Bor vergunningvrij indien deze niet hoger zijn dan 1 meter, en de oppervlakte niet meer bedraagt dan 2 m2. In veel gevallen zullen stellages met zonnepanelen op de begane grond dus al snel vergunningplichtig zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel