Een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt altijd getoetst aan het ter plaatse vigerende bestemmingsplan of de beheersverordening.
Voor de vijf mijnkoloniën inclusief het mijnspoortracé is op 14 april 2015 het bestemmingsplan “Beschermd Dorpsgezicht Mijnkoloniën Brunssum” vastgesteld. De twee aangewezen parken (Vijverpark en Schutterspark) zijn respectievelijk opgenomen in de bestemmingsplannen “Centrum” en “Schutterspark” uit 2010. Verder kent de gemeente Brunssum alleen door het Rijk aangewezen monumenten. Deze liggen verspreid in Brunssum en daarop zijn diverse planologische regimes van toepassing.
Normaliter worden zonnepanelen in bestemmingsplannen en beheersverordeningen beschouwd als ondergeschikte bouwdelen waarvoor de in het bestemmingsplan of beheersverordening opgenomen regels niet van toepassing zijn. Deze passen dus in beginsel altijd in het bestemmingsplan.
In het bestemmingsplan “Beschermd Dorpsgezicht Mijnkoloniën Brunssum” is evenwel bepaald dat deze uitzondering niet geldt aan de voorzijde van een pand dat is gelegen op gronden met de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – karakteristieke bouwstijl mijnkolonie’ en bij ‘waarde cultuurhistorische elementen’. In die gevallen is het toevoegen van zonnepanelen in strijd met het bestemmingsplan.
Kortom, indien zonnepanelen worden gerealiseerd aan de voorzijde van een pand dat gelegen is in het bestemmingsplan “Beschermd Dorpsgezicht Mijnkoloniën Brunssum” en de betreffende grond is aangeduid als ‘specifieke bouwaanduiding – karakteristieke bouwstijl mijnkolonie’ en bij ‘waarde cultuurhistorische elementen’, dan past het zonnepaneel niet in het bestemmingsplan en dient ofwel een afwijking te worden verleend of dient de vergunning te worden geweigerd.
Betreft het een zonnepaneel aan de voorzijde waarbij de genoemde aanduidingen niet van toepassing zijn of indien de zonnepanelen aan de achterzijde worden geplaatst dan past het zonnepaneel wel in het bestemmingsplan en kan de omgevingsvergunning verleend worden, behoudens hetgeen is opgenomen in de Welstandsnota.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.2