In deze paragraaf zijn de sneltoetscriteria uitgewerkt.
Het plaatsen van zonnepanelen is géén optie:
bij uitzonderlijke monumenten met een speciale cultuurhistorische waarde of betekenis;
op daken met een bijzondere vorm, zoals ronde, veelhoekige, spitse, bolle of holle vorm;
op daken met bijzondere of kwetsbare materialen, zoals riet, leien, metalen (koper, zink en soms lood) en zeldzame typen dakpannen, bijv. Oegstgeesterpan, Lucas IJsbrandspan, Hildersheimerpan, alsmede pannen met bijzondere en decoratieve patronen.
Platte daken
Op platte daken worden zonnepanelen/-collectoren toegestaan indien:
de afstand tot de dakrand gericht naar de openbare ruimte groter of gelijk is aan twee maal de hoogte van het hoogste paneel/collector en minimaal een meter bedraagt;
de afstand tot de dakrand niet gericht naar de openbare ruimte groter is dan één maal de hoogte van het hoogste zonnepaneel/-collector.
Hellende dakvlakken bij panden van vóór 1970
Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de ligging van het dakvlak naar voor iedereen toegankelijk en ook door iedereen te gebruiken openbaar gebied en de ligging van het dakvlak naar openbaar gebied dat slechts door omwonenden wordt gebruikt (achterpaden)
Zonnepanelen aan de voorzijde en aan de zij- en achterzijde van volledig openbaar gebied (openbaar plantsoen, openbare groenvoorziening, openbare doorgaande weg, water, e.d.):
Op hellende dakvlakken worden zonnepanelen/-collectoren toegestaan indien:
de hellingshoek van de panelen/-collectoren gelijk is aan de dakhelling;
de afstand tot de dakrand, de hoekkepers en de nok minimaal 2 pannen bedraagt;
de panelen/-collectoren niet onder hoekkepers of boven kilkepers worden geplaatst;
de historische kapconstructie gerespecteerd wordt en de onderliggende pannen niet worden verwijderd;
de panelen/-collectoren allemaal in dezelfde stand en in een aaneengesloten rechthoekig of vierkant vlak worden aangebracht.
In afwijking van het hiervoor gestelde met betrekking tot het rechthoekig of in vierkant verband plaatsen van de zonnepanelen mogen op schilddaken 1 Een schilddak of schildkap is een daktype dat wordt gevormd door twee driehoekige schilden of dakvlakken aan de korte kant en twee trapeziumvormige schilden aan de lange kant van het gebouw. de zonnepanelen in een aaneengesloten en trapsgewijs verband worden aangebracht. De zonnepanelen mogen per rij slechts met één zonnepaneel verspringen.
de kleur van de panelen/-collectoren donkergrijs/bruin of zwart is, of in de kleur van de onderliggende dakpannen en de panelen niet in glans afsteken;
de kleur van de randen en rasters gelijk is aan de kleur van de zonnepanelen (dus in ieder geval geen afstekende zilveren rasters).
Zonnepanelen aan de zij- en achterzijde, dat gericht is naar beperkt toegankelijk openbaar gebied (achterpad):
Bij plaatsing van zonnepanelen/-collectoren aan de zij- of achterzijde van een gebouw gelden geen nadere regels. Bewoners wordt wel geadviseerd om zoveel als mogelijk aansluiting te zoeken bij de beleidsregels voor panden van vóór 1970. Uniformiteit komt immers de kwaliteit van de leefomgeving alsook hun eigen woningwaarde ten goede.
Hellende dakvlakken bij panden van na 1970
Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen panden en gebieden die aangeduid zijn in het bestemmingsplan “Beschermd Dorpsgezicht Mijnkoloniën Brunssum” en niet zijn aangeduid
De beleidsregel voor panden van vóór 1970 (sub C) is van toepassing indien:
Het pand in het bestemmingsplan is aangeduid als ‘specifieke bouwaanduiding – karakteristieke bouwstijl mijnkolonie’ en / of gelegen is aan een gebied dat is aangeduid als ‘waarde Cultuurhistorische elementen’.
Bij plaatsing van zonnepanelen/-collectoren op een gebouw gelden géén nadere regels indien:
Het pand in het bestemmingsplan niet is aangeduid als ‘specifieke bouwaanduiding – karakteristieke bouwstijl mijnkolonie’ en / of gelegen is aan een gebied dat is aangeduid als ‘waarde Cultuurhistorische elementen’.
Bewoners wordt wel geadviseerd om zoveel als mogelijk aansluiting te zoeken bij de beleidsregels voor panden van vóór 1970. Uniformiteit komt immers de kwaliteit van de leefomgeving alsook hun eigen woningwaarde ten goede.
Op erven
Bij plaatsing van zonnepanelen/-collectoren op een erf gelden de volgende uitgangspunten:
de installatie is op de gewenste locatie goed te richten naar de zon, kan zonder veel schaduwval zonlicht opvangen en levert een relevante bijdrage aan het milieu;
de installatie leidt niet tot verlies van cultuurhistorische of historisch-ruimtelijke waarden voor het gebouw in zijn totaliteit of voor het gebied in zijn geheel;
het aanzicht en de ruimtelijke samenhang van het perceel en het gebouw lijden niet onder de installatie;
de installatie blijft zoveel mogelijk uit het zicht en staat op een van de minst waardevolle of minst kwetsbare delen van het perceel;
de installatie heeft geen gevolgen voor belangrijke uitzichten op, vanuit of binnen het perceel;
met eventuele graafwerkzaamheden wordt het bodemarchief niet verstoord of gaan geen archeologische waarden verloren.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.3