Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt een belanghebbende
in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te
brengen.
Het horen van een belanghebbende kan achterwege blijven als:
de vereiste spoed zich daartegen verzet;
belanghebbende al eerder in de gelegenheid is gesteld
zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien
geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben
voorgedaan;
het college het horen niet nodig acht voor het
vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van
verwijtbaarheid; of
belanghebbende aangeeft hiervan geen gebruik te willen
maken.
Hoofdstuk 1.
Artikel 3.
Horen van belanghebbende
Onderdeel van Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 na eerste wijziging