Het college ziet af van een maatregel als:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
de gedraging meer dan 12 maanden geleden heeft
plaatsgevonden.
Daarnaast kan het college afzien van een maatregel of deze
matigen als het daarvoor dringende redenen aanwezig acht als
bedoeld in artikel 18, tiende lid, van de wet. Het college maakt
hierin een afweging.
Indien het college afziet van een maatregel of deze matigt op
grond van dringende redenen, wordt een belanghebbende hiervan
schriftelijk op de hoogte gesteld.
Hoofdstuk 1.
Artikel 4.
Afzien of matigen van een maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 na eerste wijziging