Deze verordening kan worden aangehaald als Re-integratieverordening WWB, IOAW en IOAZ 2012
Toelichting Re-integratieverordening
Algemeen
Per 1 januari 2012 is de Wet Werk en Bijstand gewijzigd. Op het gebied van re-integratie heeft dit de volgende gevolgen. De Wet Investeren in Jongeren is ingetrokken. Uitkeringsgerechtigden onder de 27 jaar komen in aanmerking voor een WWB-uitkering na een zoekperiode van 4 weken. Kunnen zij aanspraak maken op uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs dan komen zij niet in aanmerking voor een uitkering. Jongeren komen ook niet in aanmerking voor een premie, inkomstenvrijlating en een participatiebaan. De re-integratie van de jongere wordt samen met de jongere vastgelegd in een plan van aanpak. Alleenstaande ouders met een kind onder de twaalf komen na gebruikmaking van de reguliere inkomstenvrijlating van 6 maanden in aanmerking voor een verlengde doch lagere aanvullende inkomstenvrijlating voor de duur van 30 maanden. Daarnaast kan van alle uitkeringsgerechtigden een tegenprestatie verwacht worden.
In de re-integratieverordening is vastgelegd op welke wijze de raad en het college uitvoering geven aan de wet. De verordening schept het kader. De uitvoering is uitgewerkt in eventuele beleidsregels. In verband met de samenwerking op het gebied van re-integratie met de gemeenten Velsen, Beverwijk, Heemskerk en de sociale werkvoorziening de Meergroep is de Re-integratieverordening evenals de Maatregelenverordening en de Toeslag- en verlagingenverordening IJmondiaal afgestemd.
De wetswijziging gaat gepaard met een halvering van het participatiebudget. Tegelijkertijd is de verwachting dat de komende jaren in het teken zullen staan van een afname in werkgelegenheid en er dus meer mensen een beroep zullen doen op re-integratieondersteuning. Met minder middelen moeten meer mensen bediend worden. In de re-integratieverordening is daarom nadrukkelijk gekozen voor de mogelijkheid tot het creëren van een maximumbedrag en maximum aantal personen per voorziening. Het college is daardoor beter in staat haar re-integratie inspanning af te stemmen op actuele sociaal-economische ontwikkelingen.
Artikelgewijs
Artikel l – Begrippen
In dit artikel wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de begripsbepalingen uit de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen, de Algemene nabestaandenwet, de Algemene wet bestuursrecht, de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Suwi) en de Gemeentewet.
De doelgroep bestaat uit personen die een uitkering ontvangen op grond van de WWB, de IOAW, de IOAZ en de Anw. Ook nuggers behoren tot de doelgroep. Met het begrip nugger wordt een niet-uitkeringsgerechtigde bedoeld. Deze persoon ontvangt geen uitkering. De voorziening die aan de doelgroep wordt aangeboden, bestaat uit ondersteuning bij arbeidsinschakeling.
Artikel 2 – Opdracht college en aanspraken doelgroep
De WWB, IOAW en de IOAZ geven aan het college de verantwoordelijkheid voor het bieden van ondersteuning aan de doelgroep. Hoewel leden van de doelgroep aanspraak kunnen maken op ondersteuning is er geen afdwingbaar recht op ondersteuning op de manier zoals zij het zich bij voorkeur zouden wensen. Het is aan het college om te zorgen voor een voldoende aanbod van voorzieningen dat recht doet aan de re-integratiebehoefte van de verschillende doelgroepen. Het college heeft daarbij te maken met beperkte middelen terwijl de vraag naar voorzieningen afhankelijk is van een veelheid aan sociaal economische factoren.
Artikel 3
Vereist geen nadere toelichting
Artikel 4 – Verplichtingen
Tegenover het recht op ondersteuning, een voorziening en/of een uitkering staan de
verplichtingen zoals genoemd in de van toepassing zijnde wetten, de Wet Suwi, deze verordening, alsmede de verplichtingen die het college aan de aangeboden ondersteuning, voorziening en/of uitkering heeft verbonden. In het derde lid wordt de verbinding met de maatregelenverordening gelegd. De maatregelenverordening WWB en de maatregelenverordening IOAW-IOAZ regelen het opleggen van een maatregel indien het lid van de doelgroep niet aan zijn verplichtingen voldoet. Deze maatregel bestaat uit het verlagen van de uitkering met een bepaald percentage en voor een bepaalde duur.
Artikel 5 – Maximumbedrag
De gemeente kan om de financiële risico's te beheersen een verdeling maken van de middelen over de verschillende voorzieningen. De naderende uitputting van begrotingsposten kan echter nooit een reden zijn om ondersteuning bij het vinden van werk te weigeren. De WWB stelt namelijk dat het ontbreken van financiële middelen alleen geen reden kan zijn voor de afwijzing van een aanvraag om ondersteuning, voorzieningen of een uitkering. De gemeente dient dan na te gaan welke alternatieven er beschikbaar zijn. Dit houdt dus in dat er geen algemeen maximumbedrag voor re-integratie ingesteld kan worden. Wat wel kan is dat per voorzieningensoort een maximumbedrag of maximum aantal personen wordt vastgesteld. Dit laat de mogelijkheid open dat er naar het oordeel van het college een andere noodzakelijk geachte voorziening wordt aangeboden zoals groepsgewijze bemiddeling, praktische hulp en advies of doorverwijzing naar andere instanties. Een maximumbedrag of maximum aantal personen dient bekendgemaakt te worden vóór de periode waarvoor deze geldt (art. 4:27 lid 1 Awb).
Artikel 6 - Algemene bepalingen over voorzieningen
In de lijn van het systeem van deze verordening strekt dit artikel ertoe enkele zaken te regelen die te maken hebben met de voorzieningen. Het gaat daarbij in lid 1 in principe om de volgende voorzieningen, die binnen de WWB mogelijk zijn;
a. Werkstages
b. Opstapbanen
c. Participatiebanen
d. Loonkostensubsidies aan werkgevers
e. Vangnetbanen
f. Uitstroompremies aan werkgevers,
g. Stimuleringspremies en
h. werkaanvaardingspremies
i. Premies voor vrijwilligerswerk
j. Inkomstenvrijlating.
k. Sociale activering (als opstap naar werk),
l. Scholing
m. Nazorg
Voor deze voorzieningen worden nadere beleidsregels opgesteld.
Het tweede lid geeft het college de bevoegdheid om inhoudelijke invulling te geven aan de wijze waarop bijstandsgerechtigden die jonger zijn dan 27 jaar zich in het kader van de
zoekperiode van 4 weken moeten inspannen teneinde werk te vinden of een opleiding te
starten. In het derde lid is de mogelijkheid opgenomen nadere regels op te stellen ten aanzien van de wijze waarop gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheid om onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden als tegenprestatie voor bijstand verplicht te stellen.
Het vierde lid geeft het college de bevoegdheid om aan een voorziening nadere verplichtingen te verbinden. Dit kunnen verplichtingen van diverse aard zijn. Zo kan bepaald worden dat betrokkene gedurende het traject op gezette tijden met de klantmanager de voortgang bespreekt of dat de cliënt meewerkt aan een bepaald onderzoek.
Artikel 7 - Beëindiging of intrekking van een voorziening
Dit artikel geeft aan dat het college een voorziening kan beëindigen en in welke gevallen zij dat kan doen. Onder beëindigen wordt hierbij ook verstaan het stopzetten van de subsidie aan een werkgever, of het opzeggen van de arbeidsovereenkomst bij een opstapbaan. Bij deze laatste wijze van beëindigen dienen vanzelfsprekend de toepasselijke bepalingen uit het arbeidsrecht en de eventueel aanwezige rechtspositieregeling in acht te worden genomen.
Artikel 8 – Vergoedingen
Het is denkbaar dat de gemeente besluit noodzakelijke kosten te vergoeden die verband
houden met arbeidsinschakeling, voor zover daarvoor geen beroep op voorliggende
voorzieningen kan worden gedaan. Een voorbeeld van deze kosten zijn reiskosten of kosten van studieboeken.
Het begrip voorliggende voorziening is opgenomen in de WWB en houdt in dat als er ondersteuning en/of een voorziening kan worden geboden die gezien haar aard en doel toereikend en passend is, er geen recht bestaat op ondersteuning en/of een voorziening op grond van de WWB.
Artikel 9 – Hardheidsclausule
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel I0 – Inwerkingtreding
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 11 – Citeertitel
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting