Er wordt onderscheid in het tarief gemaakt tussen persoonsgebonden budget voor diensten en persoonsgebonden budget voor de aanschaf van voorzieningen. Bij een PGB voor diensten maakt de gemeente onderscheid tussen ondersteuning die wordt geleverd door het sociale/ informele netwerk of door professionele hulpverleners of instanties. De maximale hoogte van een PGB is begrensd op 75% van de, in die betreffende situatie, goedkoopst adequate door het college ingekochte maatwerkvoorziening in natura. Voor informele ondersteuning geldt een tarief van 50% van het Zin tarief.
Persoonsgebonden budget voor ondersteuning vanuit het sociale netwerk is uitsluitend mogelijk voor ondersteuning basis en plus en begeleiding individueel licht.
Per PGB is er een verantwoordingsvrij bedrag van € 250 euro te besteden. Dit kan door de inwoner opgevraagd worden bij de SVB. Het verantwoordingvrij bedrag vervalt met ingang van januari 2020. Inwoners kunnen dan geen verantwoordingsvrij bedrag opvragen, ongeacht of er nog een bedrag beschikbaar is. Wel kan de inwoner dit bedrag nog besteden door extra uren zorg in te kopen.
Uit het PGB mag niet vergoed worden:
De bemiddelingskosten;
De administratiekosten;
Een eenmalige uitkering;
Feestdagenuitkering en
De reiskosten.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.6.1.