De gemeente stelt de hoogte van het PGB voor hulpmiddelen en woningaanpassingen vast aan de hand van de gemeentelijke prijsafspraken of offertes.
De hoogte van een PGB wordt bepaald aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate voorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf daarvan, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering.
Voor de hulpmiddelen wordt de offerte opgevraagd bij de leverancier waar de gemeente een contract mee heeft afgesloten.
Bij aanvraag van een woonvoorziening mag vooraf gevraagd worden of men verhuisplannen heeft. Geeft iemand aan dat zeker niet van plan te zijn en men verhuist kort daarna (men stond al elders ingeschreven) dan is terugvordering mogelijk op basis van valselijk verstrekte gegevens (artikel 11 Verordening Sociaal Domein).
Als de naturaverstrekking een tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop de zaak technisch is afgeschreven.
Een inwoner die slim en voordelig inkoopt, mag het verschil tussen de prijs van zijn kale middel conform programma van eisen en het maximum bedrag wel aanwenden voor extra opties (die niet in programma van eisen staan), zolang ze tot het hulpmiddel te rekenen zijn.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.7.