Het college is verplicht om besluiten die genomen zijn in het kader van de Jeugdwet op grond van artikel 8.1.3 periodiek te heroverwegen. Voor individuele voorzieningen die in de vorm van een persoonsgebonden budget zijn verstrekt geldt dat een evaluatieverslag wordt gemaakt. In dit verslag staat beschreven aan welke doelen uit het budgetplan is gewerkt en wat daarvan het resultaat is. Tevens staat hierin beschreven welke doelen nog niet zijn behaald en zijn en welke nieuwe doelen er zijn ontstaan en hoe verwacht wordt om deze in de komende tijd te behalen. Dit is van toepassing op zowel formele hulp als informele hulp. Verder geldt onverkort dat na herindicatie er (opnieuw) een budgetplan moet worden opgesteld.
Als de doelen in het pgb-plan niet gehaald zijn, dan kan dit verschillende oorzaken hebben. Als de oorzaak is dat de activiteiten van de hulpverlener niet voldoende gericht is op het bereiken van de doelen, is kan dit een reden zijn om het pgb te beëindigen. Het kan dan namelijk zijn dat de jeugdhulp onvoldoende cliëntgericht en/of doeltreffend is. Dan is de kwaliteit dus onvoldoende geborgd. Als uit het heronderzoek naar voren komt dat de jeugdige of zijn ouders, of de vertegenwoordiger, onvoldoende heeft geprobeerd om de hulp bij te sturen, is dat ook een grond om het pgb in te trekken en met de jeugdige te zoeken naar een passend ZIN-alternatief. Als dat gebeurt moet er wel een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit genomen worden.