Waar gaat het om?
Het is beter om problemen te voorkomen, dan overtredingen te moeten corrigeren, onder het motto: “voorkomen is beter dan genezen”.
Preventie is bedoeld om doelen te realiseren door middel van de eigen daadkracht van doelgroepen. Het gaat erom de spontane naleving van wet- en regelgeving te vergroten en om de doelgroepen bewust te maken van hun verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de leefomgeving (waaronder het milieu, de bouwkwaliteit, de brandveiligheid, etc.).
Het is niet vanzelfsprekend dat de overheid tot in details het gedrag van een bedrijf of burger moet voorschrijven: er geldt eerst en vóóral de eigen verantwoordelijkheid om zorgvuldig te handelen (zorgplicht). Bedrijven en burgers hebben een eigen verantwoordelijkheid om bij te dragen aan de kwaliteit van de leefomgeving en om aan hun verplichtingen te voldoen. Zij dienen bij voorkeur uit zichzelf zorg te dragen voor de goede naleving van alle wet- en regelgeving en geen klachten te veroorzaken.
De inzet van VTH is bij voorkeur gericht op het waarmaken van de eigen verantwoordelijkheid van initiatiefnemers.
In aansluiting op de toepasselijke wet- en regelgeving verlangt de OD NZKG expliciet dat bedrijven en initiatiefnemer oog hebben voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en voor de impact van hun eigen handelen op die kwaliteit.
Het stellen van regels is behulpzaam en zorgt voor rechtszekerheid en rechtsgelijkheid, maar dat doet niks af aan de eigen verantwoordelijkheid. De volgorde is daarom: eerst preventie, eventueel interventie.
Wat is de strategie?
De preventiestrategie heeft als doel dat de eigen verantwoordelijkheid wordt waargemaakt en dat zoveel mogelijk sprake is van spontane naleving van de geldende wet- en regelgeving. De strategie geeft een antwoord op de vragen:
Hoe ontstaat een intrinsiek normbesef?
Hoe wordt de leefomgeving uit zichzelf gerespecteerd?
Hoe worden overtredingen uit zichzelf voorkomen?
Methodiek van preventie
De kans op succesvolle preventie is met name afhankelijk van het gedragsmotief van degene voor wie een norm geldt en van wie een bepaald naleefgedrag wordt verwacht. De strategie richt zich daarom op het versterken van spontaan goed gedrag door kennis- en informatieoverdracht en overleg met doelgroepen:
over de wetgeving;
over de mogelijkheden om het spontaan goed te doen;
over de procedures en met ondersteunend optreden (vooroverleg);
over deze VTH-strategie, en
over technische middelen.
Daar waar onvoldoende sprake is van preventief gedrag, of waar risico’s te hoog zijn om te vertrouwen op spontane naleving, neemt voor de OD NZKG de noodzaak van bemoeienis, regulering, controles, interventies en correcties toe. Telkens met een intensiteit die proportioneel en effectief is.
Ten aanzien van de regulering door vergunningverlening of het stellen van (algemene of maatwerk-) regels betekent dit dat bedrijven en burgers een eigen verantwoordelijkheid hebben om aan hun verplichtingen te voldoen. Binnen deze eigen verantwoordelijkheid vraagt de OD NZKG expliciet aandacht voor de bijdrage aan de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Deze verantwoordelijkheid wordt in acht genomen door, waar nodig, in de besluitvorming mee te wegen dat initiatiefnemers mede verantwoordelijk zijn voor de maatschappelijke opgaven en kwaliteit van de leefomgeving.
Voor thema’s met vergunning- of meldingsplicht uit die verantwoordelijkheid zich ook in tijdig contact zoeken met de overheid over voorgenomen activiteiten, bijvoorbeeld via het doen van ontvankelijke aanvragen of adequate meldingen. Als uit die informatie blijkt dat er kansen zijn voor een schonere, veiligere, duurzamere of gezondere leefomgeving gaat de OD NZKG hierover in overleg met de initiatiefnemer en eventueel daarbij te betrekken belanghebbenden.
Ten aanzien van de uitvoering betekent dit dat degene voor wie een regel geldt (normadressaat) uit zichzelf zorg draagt voor de goede naleving van alle wet- en regelgeving en dat diegene geen klachten veroorzaakt. Qua houding wordt verwacht dat diegene uit zichzelf communiceert over de naleving en ook over eventuele problemen en incidenten. Bij de eerste controle van een activiteit, project, ontwikkeling of kwaliteitsdoelstelling door de toezichthouder mag daarom geen sprake zijn van een overtreding van een regel: dat had immers uit eigen beweging al voorkomen of opgelost moeten zijn.
Om preventie te bevorderen wordt hoge prioriteit gegeven aan de inzet van communicatiemiddelen, gericht op voorlichting en ondersteunend optreden (vooroverleg). De OD NZKG verschaft in dat kader informatie op de website en verleent voorlichting (schriftelijk of mondeling) over bijvoorbeeld wetswijzigingen.
De OD NZKG gaat tevens uit van een communicatierichtlijn voor gebeurtenissen bij provinciale bedrijven.
Bij een inrichting in eigendom van een gemeente(n) dan wel een private inrichting met grote veiligheidsrisico’s stemt de OD met de gedeputeerde (bevoegd gezag) af wat en hoe te communiceren naar de betreffende gemeente(n).
De betreffende gemeente(n) worden zo spoedig mogelijk door de OD geïnformeerd over het feit dat er iets aan de hand is 5 Het R&A dossier bevat vertrouwelijke bedrijfsgegevens die niet zomaar ambtelijk mogen worden gedeeld dan wel verspreid van het ene naar het andere bestuursorgaan. Het dossier zal daarom niet zo zonder meer worden verstrekt. . Tevens wordt er in het geval van een handhavingstraject een afschrift van het handhavingsbesluit gestuurd naar de betreffende gemeente(n).
Ontwikkelingen
De preventiestrategie binnen het Noordzeekanaalgebied kan nog doorontwikkeld te worden. Daarom wordt dit onderwerp opgenomen in de ontwikkelagenda. In de periode 2019 t/m 2022 wordt een hoge prioriteit gegeven aan de versterking van de preventieve strategie, bijvoorbeeld met de inzet van communicatiemiddelen om het naleefgedrag te bevorderen.
Monitoring
Er is nog geen sprake van monitoring op de preventiestrategie. Tijdens de looptijd van dit VTH-beleid worden hiervoor criteria ontwikkeld, die het meten en monitoren van de preventie mogelijk maken.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3