Naar hoofdinhoud

Deel 2:

Artikel 4.

Verdere bepalingen

Onderdeel van Leidraad invordering gemeente Montferland

Als tijdstip van betaling geldt de datum van bijschrijving op de rekening van de gemeente (of bij het deurwaarderskantoor) dan wel de ontvangstdatum in geval van een kasbetaling. De betalingen, waarvan de bestemming is aangegeven, worden afgeboekt overeenkomstig de bedoeling van de betaler. Een ongerichte betaling, waartoe geen bestemming is aangegeven, wordt afgeboekt op de oudste openstaande vordering dan wel op de voor de debiteur meest bezwarende factuur, met dien verstande dat de aard van betreffende nota aanleiding kan zijn om, met inachtneming van de preferenties, hiervan af te wijken. Een teveelbetaling wordt aangemerkt en behandeld als een ongerichte betaling. Van een eventuele verrekening tussen privaatrechtelijke nota’s onderling wordt de debiteur schriftelijk op de hoogte gesteld. In geval verrekening gewenst is tussen een privaatrechtelijke vordering met een openstaand bedrag van een publiekrechtelijke vordering, wordt de debiteur hiervoor om toestemming gevraagd. Geen reactie op het verzoek kan worden verstaan als zijnde een toestemming tot verrekening. Indien er geen toestemming verleend wordt zal er niet eerder tot terugstorting worden overgegaan dan wanneer er geen bedrag meer als te ontvangen in de administratie is opgenomen. Kosten van vervolging die op meer dan één factuur betrekking hebben (zoals beslagkosten) worden toegerekend aan een van de betreffende facturen. In alle gevallen waarin betaling plaatsvindt aan de kas of de deurwaarder, wordt een kwitantie afgegeven. Indien een betaling volgt zonder dat er vorderingen open staan zal het bedrag teruggestort worden op hetzelfde bankrekeningnummer als waarvan de betaling is verricht. Voor private vorderingen is kwijtschelding niet mogelijk. Indien er sprake is van een gemeld dispuut, dat ter beoordeling van de verantwoordelijke sector, en het dispuut niet op korte termijn verholpen kan worden, wordt uitstel van betaling verleend voor het in dispuut zijnde bedrag. Hieruit volgt dat het non-dispuut bedrag binnen de gestelde termijn dient te zijn voldaan. Uitstel voor het dispuut kan niet eerder ingaan dan door de medewerker Financiën verleend. In het geval dat er reeds vervolgingskosten in rekening zijn gebracht beslist de invorderingsambtenaar over het al dan niet te verlenen uitstel. Een debiteur die een betalingsregeling wenst voor zijn betalingsachterstand kan hier zowel telefonisch als schriftelijk om verzoeken. Als stelregel geldt in principe dat de betalingsregeling binnen een redelijke termijn voltrokken dient te zijn, afhankelijk van het totaalbedrag. In het geval van regelmatige verzoeken om een betalingsregeling van dezelfde debiteur kan schriftelijk om meer informatie verzocht worden aangaande de persoonlijke situatie van betrokkene. Te denken valt aan inkomsten-en vermogensspecificaties. Indien een betalingsregeling niet conform overeenkomst wordt nagekomen komt deze per direct te vervallen. Aan de debiteur wordt schriftelijke medegedeeld dat de regeling per direct buiten behandeling is gesteld, waarna het invorderingstraject wordt hervat. Minimaal eens per jaar maakt de medewerker Financiën een lijst op van openstaande nota’s die, ondanks alle mogelijke invorderingsmaatregelen, niet te innen zijn. Alvorens het voorstel ter parafering zal worden voorgelegd aan de invorderingsambtenaar privaatrechtelijke vorderingen wordt de betreffende sector, waarvan de factuur afkomstig is, gehoord. De invorderingsambtenaar privaatrechtelijke vorderingen dient vervolgens het voorstel tot oninbaar in bij het college van burgemeester en wethouders. Het daartoe strekkende besluit ontheft de invorderingsambtenaar van de wettelijke plicht verdere pogingen tot invordering te doen. Hierbij geldt dat naast een totaaltelling per factuursoort, in het voorstel alle gegevens op nota-niveau moeten worden aangegeven, inclusief de van toepassing zijnde argumentatie. Het college lijdt de betreffende posten al dan niet oninbaar, waarna de betreffende factuurbedragen in de financiële administratie worden afgeboekt. Redenen voor oninbaar lijden zijn: Faillissement; Vertrokken onbekend waarheen; Vertrokken naar het buitenland; Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen; Minnelijke schuldregeling (finale kwijting); Kosten/baten (bedrag te laag om dwanginvordering toe te passen); Overleden, erven onbekend of erfenis verworpen; Geen verhaal.

Rechtspraak bij dit artikel