Naar hoofdinhoud
hoogte/volume De hoogte van bebouwing is aangeduid op kaart (2) waarbij de aangegeven hoogte de maximale goothoogte is. Op kaart (2) zijn tevens de plekken voor de ‘Landmarks’ aangeduid. Voor de bouwhoogte is per bouwblok een bandbreedte meegegeven in het omgevingsplan. Definitieve hoogte en bouwmassa wordt in de bouwplanuitwerking bepaald waarbij de volgende uitgangspunten gelden: de zichthoek vanaf de vaargeul zoals opgenomen als lijnen op kaart (2) moeten worden gerespecteerd, in die zin dat bestaande hoge accenten zoals de grote kerk en de speeltoren lange tijd zichtbaar moeten blijven; een bouwblok bestaat uit verschillende korrels met verschillend korrelgrootte zoals aangeduid op kaart (3). Deze kaart is echter indicatief. variatie in korrelgrootte is noodzakelijk waarbij binnen één bebouwingskorrel sprake is van: Eén kap (één hoofdrichting, één hoofdvorm) Minimaal één hoofdentree aan straatzijde Eén duidelijke verdiepingshoogte Samenhang in kleur/materiaal Eén architectuur naast elkaar voorkomende korrels verschillen minimaal op 2 van de onder 3 onder artikel 4, lid 3, sub c genoemde kenmerken. binnen een bouwblok komen minimaal 4 verschillende kenmerken, zoals genoemd onder artikel 4, lid 3, sub c, voor. korrels verschillen onderling in beukmaat. het genoemde onder artikel 4 lid, 3, sub b, is niet van toepassing op het voorzieningenblok met de supermarkt. Deze is samengesteld uit enkel grote korrels. De Landmark in de oksel met de haven heeft afwijkende hoogte en verhoudingen. Ten minste 10% van de grondgebonden woningen wordt gebouwd met een eerste verdiepingshoogte van 3.5meter.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel