Burgemeester en wethouders verlenen aan de directeur mandaat tot het namens hen nemen van alle besluiten die voorvloeien uit de opdracht aan de omgevingsdienst, vastgelegd in de artikelen 4, 5 en 6 van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, d.d. 24 september 2015, de dienstverleningsovereenkomst tussen de gemeente en de omgevingsdienst en de bij deze overeenkomst behorende jaarprogramma’s en bijzondere opdrachten.
Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, ziet tevens op de ondertekening van namens burgemeester en wethouders genomen besluiten en op alle handelingen en correspondentie die nodig zijn om tot besluitvorming te komen.
Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, ziet niet op:
de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaarschriften, bedoeld in artikel 6:4 Algemene wet bestuursrecht;
besluiten die leiden tot de vaststelling of wijziging van gemeentelijke beleidskaders of beleidsregels als bedoeld in artikel 1:3, vierde lid, Algemene wet bestuursrecht;
besluiten tot het aangaan van convenanten;
besluiten tot het al dan niet honoreren van schadeclaims van derden of het afkopen van mogelijke geschillen;
besluiten tot het voeren van rechtsgedingen en tot het zelf instellen van bezwaar- en beroepsprocedures;
besluiten tot het weigeren van een vergunning of ontheffing;
het nemen van handhavingsbesluiten;
besluiten waarbij toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.
Artikel 2
Mandaatverlening
Onderdeel van Mandaatbesluit burgemeester en wethouders van Asten - Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2019