• - De directeur kan ter uitoefening van een krachtens artikel 2, eerste lid, aan hem gemandateerde bevoegdheid schriftelijk ondermandaat verlenen aan onder hem ressorterende functionarissen.
  • - Van ondermandaat zijn uitgesloten:
  • - besluiten tot het aanwijzen van toezichthouders;
  • - besluiten tot het aanwijzen van personen tot vertegenwoordiging van het college in rechte;
  • - Elk verleend ondermandaat of machtiging, of wijziging wordt aangetekend op een ondermandaatlijst.
  • - De directeur stelt instructies vast over de wijze waarop van het ondermandaat gebruik mag worden gemaakt.
  • - De directeur brengt de ondermandaatlijst als bedoeld in het derde lid, of een wijziging daarvan, ter kennisgeving aan burgemeester en wethouders.