Naar hoofdinhoud
1.. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter kunnen afzonderlijk of tezamen, ieder voor zover voor het openbaar lichaam bevoegd, een gemeenschappelijke regeling treffen ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van het openbaar lichaam. 2.. Het dagelijks bestuur en de voorzitter gaan niet over tot het treffen van een regeling dan na verkregen toestemming van het algemeen bestuur. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. 3.. Onder het treffen van een regeling wordt in dit artikel mede verstaan het wijzigen van, het toetreden tot en het uittreden uit een regeling. 4.. Het algemeen bestuur kan besluiten tot de oprichting en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. 5.. Een besluit als bedoeld in het vierde lid wordt niet genomen dan nadat de raden een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennisgeving van het algemeen bestuur te brengen.

Rechtspraak bij dit artikel