We zijn inmiddels vier jaar verder na de invoering van de Jeugdwet en de eerste resultaten van de verschuiving van verantwoordelijkheden van het Rijk naar gemeenten worden duidelijk. Volgens de tussenevaluatie van de Jeugdwet en het rapport van de Transitieautoriteit Jeugd is er de afgelopen jaren vooral nog sprake geweest van een transitie, het feitelijk overhevelen van taken: het inrichten en opzetten van teams, het afsluiten van (zorg)contracten en het opstellen van beleidskaders. De transformatie, de daadwerkelijke gedragsverandering waardoor de achterliggende doelen van de Jeugdwet gerealiseerd worden, moet nog verder ingevuld worden. We beschrijven hier de belangrijkste punten uit de analyses die naar voren komen in de tussenevaluatie Jeugdwet en het eindrapport van de Transitieautoriteit Jeugd:
Het belang van het kind, namelijk doen wat nodig is voor een ononderbroken ontwikkeling van het kind, staat nog te vaak niet voorop.
De beweging naar meer gezinsgerichte opvang komt nog onvoldoende van de grond. Er wonen nog steeds te weinig kinderen (die in zorg zijn) in een vorm die zo thuis mogelijk is.
In Nederland zitten nog te veel kinderen thuis zonder een passend aanbod uit onderwijs, zorg of beide.
Kwetsbare jongeren die 18 jaar worden, ervaren nog steeds veel problemen bij de overgang van de jeugdhulp naar de volwassenenzorg, bijvoorbeeld bij het regelen van wonen, school, inkomen, werk en zorg.
Op veel plaatsen neemt de instroom van kinderen in de jeugdbescherming toe.
Jeugdprofessionals ervaren nog onvoldoende de ruimte om hun werk goed te doen.
Met deze resultaten als leidraad hebben het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en het Ministerie van Justitie en Veiligheid het “Actieprogramma Zorg voor de Jeugd” opgesteld.
Langs zes actielijnen 6 Langs 6 actielijnen pogen de ministeries van VWS en J&V de doelen uit de Jeugdwet (verder) te realiseren:• betere toegang tot jeugdhulp voor kinderen en gezinnen;• meer kinderen zo thuis mogelijk laten opgroeien;• alle kinderen de kans bieden zich te ontwikkelen;• kwetsbare jongeren beter op weg helpen zelfstandig te worden;• jeugdigen beter beschermen als hun ontwikkeling gevaar loopt;• investeren in vakmanschap.Voor een verdere uitwerking van deze actielijnen verwijzen we graag naar het volledige actieplan. Op te vragen via: https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-volksgezondheid-welzijn-en-sport/documenten/rapporten/2018/04/01/actieprogramma-zorg-voor-de-jeugd werken gemeenten, hulpaanbieders, professionals, cliënten en de rijksoverheid samen om ieder kind gezond en kansrijk te laten opgroeien.
Naast het verder invullen van de transformatie staan ook enkele randvoorwaarden voor goede hulp en ondersteuning ter discussie. De financiën in het sociaal domein in het algemeen, en jeugdhulp in het bijzonder, worden door gemeenten als een knelpunt ervaren. Het tekort op het jeugdhulpbudget neemt bij veel gemeenten in Nederland toe. Door de stijging in de kosten is de discussie over het verdeelmodel opnieuw aangewakkerd. Ontvangen gemeenten wel voldoende middelen om de jeugdhulp te organiseren? Om deze vraag te beantwoorden is vanuit het Rijk een traject gestart om per 2021 te komen tot een betere verdeling van middelen in het sociaal domein.
Professionals ervaren onvoldoende de mogelijkheid om de juiste hulp en ondersteuning te bieden. Ze geven aan veel bezig te zijn met niet direct aan hulp gerelateerde taken, zoals administratie en regels. Het Ministerie van VWS heeft daarom een actieplan “(Ont)Regel de Zorg” opgesteld. Dit plan moet ervoor zorgen dat cliënten en professionals minder regeldruk ervaren. Daarnaast moet de Wet administratieve lasten de administratieve druk op aanbieders, gemeenten en professionals verlichten.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1