Naar hoofdinhoud
We willen hulp en ondersteuning laagdrempelig en dicht bij het normale leven organiseren, bijvoorbeeld op school, bij de huisarts, in de wijk en bij de sportclub. Waar mogelijk betekent dichtbij ook: minimale inzet van hulp en ondersteuning in de praktijk van de jeugdhulpaanbieder. Zoals eerder aangegeven erkennen we dat sommige kinderen en gezinnen gebaat zijn bij hulp en ondersteuning op locatie of in residentiële vorm. Door hulp en ondersteuning dichtbij te organiseren komen vragen van jeugdigen en ouders eerder op de juiste plek terecht. Dichtbij betekent ook dat de gemeenten in de Leidse regio meer gaan inzetten op preventie en vroegsignalering. Met goede preventie leggen we de basis voor een gezonde, veilige en kansrijke omgeving waarin kinderen opgroeien. De Jeugdgezondheidszorg (JGZ) is een belangrijke partner van de Leidse regio in de preventieve jeugdhulp. Een JGZ-arts of -verpleegkundige is alert en kan vroegtijdig maatregelen treffen als hij of zij problemen signaleert. Vroegsignalering betekent onder andere: zo vroeg mogelijk in het leven van een kind. Door in een vroeg stadium (dus ook op jonge leeftijd) hulp te bieden waar nodig, kan voorkomen worden dat problemen zich in een later stadium voordoen. Een vroegtijdig hulpaanbod op maat kan een ontwikkelingsachterstand voorkomen. Met vroegsignalering bedoelen we ook het vroegtijdig signaleren van een dreigend probleem (dat kan van alles zijn: van geen lunch mee naar school, het stille meisje in de klas tot onverklaarbare blauwe plekken), waardoor een professional sneller kan ingrijpen in het ontwikkelingsproces van een kind en het gezin als dit nodig is. Hiervoor zijn duidelijke afspraken nodig met onze maatschappelijke partners, zoals het onderwijs. Door hulp en ondersteuning dichtbij in te zetten ontstaat de mogelijkheid om lichte vormen van ondersteuning te verbinden met zwaardere vormen van jeugdhulp. Zo kan bijvoorbeeld een gezin van een jongere die specialistische jeugdhulp ontvangt met lichte ambulante hulp vanuit de toegang ondersteund worden. Waar mogelijk maken we gebruik van lichtere ondersteuningsvormen, zoals de inzet van vrijwilligers. We kunnen niet zonder meer van vrijwilligers verwachten dat ze de mogelijkheden hebben om een signaleringsfunctie te vervullen of hulp en ondersteuning te bieden. Hiervoor ondersteunt de Leidse regio, bijvoorbeeld door middel van trainingen en cursussen, de vrijwilligers om deze rol toch in te kunnen vullen. Uiteraard moet de verwachting over vrijwilligers te allen tijden realistisch blijven. Aansluiten dichtbij het normale leven vraagt om goede samenwerking. Samenwerking tussen organisaties en tussen professionals onderling. Essentiële componenten van goede samenwerking zijn: elkaar kennen, weten wat ieders expertise is, elkaar daadwerkelijk kunnen vinden en vertrouwen hebben in elkaar. De gemeenten in de Leidse regio willen de onderlinge samenwerking bevorderen. Om dichtbij hulp en ondersteuning te kunnen leveren is het nodig dat er voldoende voorzieningen aanwezig zijn dicht bij jeugdigen en hun ouders. Daarom streven we naar voldoende (fysieke) nabijheid van voorzieningen in de Leidse regio. Het gaat hier ook om een toereikend jeugdhulpaanbod. Maatschappelijke opgave De werkwijze van de professional sluit aan bij de leefwereld van het kind/gezin. Hulp wordt dichtbij het gezinsleven geboden. De aangeboden ondersteuning is passend en effectief. Maatschappelijke resultaten Bovenstaande maatschappelijke opgave over Hulp dichtbij, preventie en vroegsignalering leidt tot de volgende maatschappelijke resultaten. Jeugdige en ouders hebben vertrouwen in de professional Er is steeds meer hulp en ondersteuning op scholen De gemeentelijke toegang biedt steeds meer hulp en ondersteuning Het aantal thuiszitters neemt af De wachttijden bij de toegang en jeugdhulpaanbieders wordt korter Er wordt minder gebruik gemaakt van jeugdhulp op de locatie van de jeugdhulpaanbieder; hulp wordt vaker geboden in het dagelijkse leven van gezinnen (thuis, school, wijk, vrije tijdsbesteding) Professionals hebben steeds meer kennis van (voorliggende) voorzieningen Maatschappelijk partners kunnen de toegang steeds beter vinden

Rechtspraak bij dit artikel