Normaliseren en het dichtbij leveren van passende hulp en ondersteuning vereist samenwerking tussen de verschillende partijen die werken met jeugdigen en ouders. Allereerst tussen jeugdigen, ouders en professionals, daarnaast tussen het onderwijs, gemeenten, het JGT, huisartsen, de kinderopvang, welzijnsvoorzieningen en jeugdhulpaanbieders onderling. Ook als gemeenten onderling bijvoorbeeld in Holland Rijnland- verband op het gebied van veiligheid. Om deze visie te realiseren, willen we de jeugdhulp vormgeven vanuit partnerschap. Bij jeugdhulp gebaseerd op partnerschap kan iedereen meepraten en -denken.
Gemeenten en maatschappelijke partners staan zij-aan-zij bij het realiseren van maatschappelijke resultaten, het oplossen van knelpunten en het scheppen van randvoorwaarden. Tegelijkertijd herkennen de gemeenten hun rol als opdrachtgever. Hierin nemen gemeenten de verantwoordelijkheid om duidelijke keuzes te maken en kaders te scheppen, bijvoorbeeld bij het formuleren van een inhoudelijke opdracht aan de toegang. Hoewel gemeenten de uiteindelijke beslissingen nemen en sturen op de gevolgen van deze beslissingen, wordt niet besloten of gestuurd zonder overleg en, waar mogelijk, consensus met maatschappelijk partners.
Partnerschap betekent ook handelen vanuit gezamenlijke verantwoordelijkheid. Bijvoorbeeld op het moment dat hulp nodig is, terwijl er geen plek is in de desbetreffende hulporganisatie. Zo’n situatie is niet de verantwoordelijkheid van één professional of één aanbieder, maar van alle partijen die actief kunnen bijdragen aan een oplossing. Ook andere ervaren knelpunten zijn niet het probleem van één aanbieder. Jeugdhulpaanbieders gaan samen met de gemeenten aan de slag om deze knelpunten op te lossen.
Partnerschap gaat verder dan de samenwerking tussen jeugdhulpaanbieders, de toegang en gemeenten. Maatschappelijke partners die werken in het voorveld, zoals huisartsen, de GGD, welzijnsorganisaties en (sport)verenigingen, zijn onderdeel van de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de jeugdhulp. Daarbij verwachten we ook partnerschap in de relatie tussen de maatschappelijke partners en de jeugdigen.
Daarnaast sturen we op de verbinding van jeugdhulp met maatschappelijke ondersteuning en zorg, werk, inkomen, welzijn en gezondheid. Het uitgangspunt hierbij is om schotten weg te nemen en te streven naar passende hulp en ondersteuning vanuit de leefwereld van de jeugdige en niet vanuit de verschillende schotten, regels en procedures.
Vertrouwen is een belangrijke bouwsteen voor een goede samenwerking. Vertrouwen tussen maatschappelijke partners onderling, maar ook met de gemeenten. Op dit moment voelen maatschappelijke partners dit vertrouwen nog niet altijd. Dit leidt volgens deze partners tot onvoldoende mogelijkheden om te innoveren, samen te werken en door te ontwikkelen. Om het vertrouwen (verder te) ontwikkelen blijven we constant met elkaar in gesprek.
De gemeenten in de Leidse regio willen sturen op het realiseren van maatschappelijke resultaten. Het resultaat dat wij willen bereiken wordt gerealiseerd door samenwerking. Ook is het resultaat te meten en zet het aan tot actie. Cliënten en maatschappelijke partners zijn betrokken bij het formuleren en evalueren ervan.
Tellen en vertellen
Sturen op resultaat vereist de juiste informatie op het juiste moment. Vooralsnog bestaat veel van de binnenkomende informatie uit cijfers. Cijfers geven een beeld, maar bieden niet altijd het volledige plaatje. Als we alleen uitgaan van cijfers, gaan we voorbij aan wat niet direct in getallen uit te drukken is. Hierom vullen we kwantitatieve gegevens aan met kwalitatieve gegevens, bijvoorbeeld ervaringen van jeugdigen en ouders over de hulp en ondersteuning. De gemeenten in de Leidse regio streven hierbij naar een gezonde balans tussen tellen én vertellen.
De combinatie van tellen en vertellen biedt informatie om te bepalen in hoeverre de maatschappelijke resultaten wel of niet zijn bereikt. Om dat te bepalen moeten de ontwikkelingen worden geduid. Deze duiding vindt plaats in gesprek met maatschappelijke partners. Waardoor is een resultaat wel of niet behaald? Hebben we hier invloed op en zo ja, hoe gaan we hierop sturen? Omdat informatie noodzakelijk is om te bepalen in hoeverre resultaten zijn behaald, dient informatie altijd in teken te staan van een te behalen resultaat. Informatie wordt dan ook alleen uitgevraagd als het nodig is om een resultaat te kunnen duiden.
Inhoudelijke opdracht en stabiliteit
De inhoudelijke resultaten en de manier van sturen en verantwoorden worden vastgelegd in meerdere inhoudelijke opdrachten. Allereerst wordt de opdracht aan de coöperatie voor 2020 aangescherpt. Vervolgens wordt er een opdracht geschreven voor de (gemeentelijke) toegang vanaf 2021. Tot slot wordt er een nieuwe inhoudelijke opdracht geschreven voor de jeugdhulpaanbieders. Deze opdracht zal door middel van inkoop leiden tot nieuwe contracten, waarmee per 1 januari 2021 wordt gestart.
Bij het verlenen van de opdrachten proberen we zo veel mogelijk stabiliteit te creëren voor maatschappelijke partners. Zoals geschetst in hoofdstuk 3 hebben de gemeenten in de Leidse regio flinke ambities ten aanzien van jeugdhulp. Maatschappelijke partners staan voor de uitdaging om deze ambities in samenwerking met gemeenten te realiseren. Hier is stabiliteit voor nodig. De gemeenten willen een betrouwbare opdrachtgever zijn en de stabiliteit bij aanbieders zo veel mogelijk stimuleren, bijvoorbeeld door een langere contractduur te realiseren.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1