Naar hoofdinhoud
1.. Dagelijkse besturen van andere gemeenten of andere rechtspersonen, bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek kunnen schriftelijk een verzoek tot toetreding indienen bij het bestuur. 2.. Toetreding is slechts mogelijk indien: na eerste inwerkingtreding van deze regeling reeds vijf jaren zijn verstreken; én in het verzoek tot toetreding de beoogd toetreder heeft verklaard garant te zullen staan voor een bedrag gelijk aan de benodigde investering om in de gemeente van de beoogd toetreder een breedbandnetwerk aan te leggen. Artikel 23, tweede lid, is voor het overige van overeenkomstige toepassing. 3.. Het bestuur zendt het verzoek tot toetreding onverwijld door aan de colleges. 4.. De toetreding is tot stand gekomen indien de beoogd toetreder en de colleges, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede en derde lid, van de wet, unaniem daartoe besluiten. 5.. Het bestuur kan voorwaarden vaststellen die gelden bij toetreding. 6.. In het geval sprake is van door de Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland opgebouwde reserves, bedoeld in artikel 23, vijfde lid, stelt het algemeen bestuur in overleg met de beoogd toetreder een regeling vast om – hetzij ineens, hetzij door een verhoging van de bijdrage voor de beoogd toetreder gedurende vijf jaren – ervoor te zorgen dat de beoogd toetreder in ieder geval vijf jaren na toetreding, naar rato heeft bijgedragen aan de tot het moment van toetreding reeds opgebouwde reserves. Als ijkdatum voor de bepaling van de hoogte van het door de beoogd toetreder extra te voldoen bedrag, wordt aangehouden de hoogte van de opgebouwde reserves op de datum van de daadwerkelijke toetreding. Artikel 23, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel