Volledig arbeidsongeschikten. Cliënten die voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt zijn verklaard en tijdens de referteperiode een inkomen ontvingen dat maandelijks niet hoger is dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm.
Gedeeltelijk arbeidsongeschikten. Cliënten die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn verklaard en tijdens de referteperiode niet in staat zijn geweest meer te verdienen dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm.
Mantelzorg. Cliënten die in de referteperiode tijdens de gebruikelijke werkuren mantelzorg verleenden en met het werk dat buiten de uren mantelzorg om werd verricht niet in staat zijn geweest meer te verdienen dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm.
Vrijstelling van de arbeidsplicht. Cliënten die op basis van een diagnose door de deskundige gedurende de referteperiode vrijgesteld zijn van de arbeidsplicht.
Overige omstandigheden. Omstandigheden buiten de verantwoordelijkheid van de cliënt, die ertoe geleid hebben dat inkomensverbetering tijdens de referteperiode niet mogelijk was.
Toelichting
Per 1 januari 2015 vervangt de individuele inkomenstoeslag de langdurigheidstoeslag. Vanaf deze datum is het verlenen van een toeslag geen gebonden bevoegdheid meer, maar een discretionaire bevoegdheid. Dit betekent dat het college een toeslag kan verlenen als een persoon voldoet aan de daarvoor gestelde voorwaarden. Deze voorwaarden zijn in de nadere regels verwerkt.
Voor een aantal groepen is er geen zicht op een inkomensverbetering tot 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. Het gaat dan met name om (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten.
Daarnaast hebben de decentralisaties tot gevolg dat meer een beroep gedaan moet worden op de eigen kracht en omgeving van zorgvragers. Als mensen mantelzorg verrichten, wordt voldaan aan dit beginsel. Dan zou het merkwaardig zijn om te stellen dat naast deze mantelzorg het inkomen verbeterd kon worden. Als mensen vrijgesteld zijn van de arbeidsplicht, is er ook geen mogelijkheid geweest om het inkomen te verbeteren. Omdat dit artikel niet alle situaties in beeld kan brengen waarbij sprake is van geen mogelijkheden om het inkomen te verbeteren, is er een lid toegevoegd voor overige omstandigheden.
Hoofdstuk 10
Artikel 10.1
Rechthebbenden zonder nadere individuele beoordeling
Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning en Participatiewet Wageningen 2019