Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10

Artikel 10.2

Geen recht op een individuele inkomenstoeslag

Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning en Participatiewet Wageningen 2019

De volgende cliënten hebben geen recht op een inkomenstoeslag: Cliënten die de verplichtingen die verbonden zijn aan de uitkering niet of onvoldoende zijn nagekomen, waardoor het zicht op een inkomensverbetering is verminderd. De cliënt die binnen de referteperiode zonder toestemming van het college meer dan 1 keer langer dan de toegestane periode van 4 weken per kalenderjaar met vakantie is geweest; Studenten. Cliënten die een opleiding volgen als bedoeld in de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, dan wel een studie volgen als genoemd in de Wet Studiefinanciering 2000. Toelichting Als cliënten door eigen toedoen de kans op inkomensverbetering hebben laten liggen, dan is een individuele inkomenstoeslag niet op zijn plaats. Voorbeelden zijn het niet meewerken aan een re-integratietraject of het te weinig solliciteren. Ook het niet te gelde maken van vermogen of het niet nakomen van de verplichting om medische behandelingen te ondergaan om daarmee de kans op arbeid te vergroten, zijn redenen om geen inkomenstoeslag toe te kennen. Als cliënten langer dan de toegestane periode met vakantie zijn geweest, is er sprake van het zich onttrekken aan de arbeidsmarkt. Als dit meer dan 1 keer gebeurt tijdens de referteperiode kan gesproken worden van hardnekkige volharding van ongewenst gedrag. Studerenden worden geacht een redelijk uitzicht te hebben op een inkomensverbetering na afstuderen. Zoals dit bij de Langdurigheidstoeslag het geval was, wordt deze groep uitgesloten van het recht op een individuele inkomenstoeslag.

Rechtspraak bij dit artikel