De rekenkamer stelt zelf de onderwerpen voor onderzoek vast, formuleert de probleemstelling en de onderzoeksvragen en stelt de onderzoeksopzet vast.
De in een jaar te onderzoeken onderwerpen worden jaarlijks vóór 31 december van het voorgaande jaar als onderzoeksprogramma ter kennisname aan de raad aangeboden.
Jaarlijks start de rekenkamer in september met een consultatie van de raad voor het opstellen van het onderzoeksprogramma.
Bij de selectie van onderwerpen hanteert de rekenkamer de volgende criteria:
toegevoegde waarde voor de raad
maatschappelijk belang
financieel belang
risico’s voor doelmatigheid en doeltreffendheid
spreiding ten opzichte van eerdere rekenkameronderzoeken
Als het onderzoeksprogramma bekend is, stelt de rekenkamer per onderwerp een onderzoeksopzet op. De onderzoeksopzet wordt voorafgaand aan de start van het onderzoek afgestemd met de begeleidingscommissie. Nadat de onderzoeksopzetten definitief zijn, worden deze ter kennisgeving verzonden aan de gemeenteraad en het college.
Conform artikel 182 tweede lid van de Gemeentewet, kan de raad de rekenkamer verzoeken een onderzoek in te stellen;
Na ontvangst van een verzoek van de raad geeft de directeur binnen één maand gemotiveerd aan of hij gevolg geeft aan het verzoek.
Indien de directeur besluit gevolg te geven aan het verzoek van de raad, geeft hij in zijn melding als bedoeld in het tweede lid tevens aan hoe hij het verzoek zal oppakken, welke tijdsplanning hij hanteert en welke invloed dat eventueel heeft op het onderzoeksprogramma.
Indien de directeur besluit geen gevolg te geven aan het verzoek van de raad, geeft hij in zijn melding als bedoeld in het tweede lid tevens aan op welke gronden hij tot zijn besluit is gekomen.
Artikel 8
Onderwerpkeuze, onderzoeksprogramma en onderzoeksopzet
Onderdeel van Verordening op de rekenkamer Hardinxveld-Giessendam 2019