De directeur is verantwoordelijk voor de uitvoering van de onderzoeken volgens de vastgestelde onderzoeksopzet.
De leden van de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht om op verzoek van de rekenkamer alle inlichtingen en informatie te verstrekken die zij nodig heeft voor de uitvoering van een onderzoek. De informatie en/of inlichtingen worden verstrekt binnen een door de directeur aan te geven redelijke termijn.
De directeur stelt de ambtelijke organisatie in de gelegenheid om binnen twee weken hun zienswijze op de nota van bevindingen aan de directeur kenbaar te maken.
Het college van burgemeester en wethouders wordt in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken zijn zienswijze op het rapport en de conclusies en aanbevelingen (bestuurlijke nota) kenbaar te maken. De directeur formuleert indien hij dat nodig acht een nawoord naar aanleiding van deze reactie.
Het rapport, de reactie van het college van burgemeester en wethouders en het nawoord van de directeur worden integraal door de directeur aan de raad aangeboden.
De onderzoeksrapporten van de directeur zijn openbaar, tenzij de raad op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van Bestuur ten aanzien van rapporten die aan de raad worden voorgelegd geheimhouding oplegt.
De directeur en degenen die ten behoeve van hem werkzaam zijn, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hen in hun hoedanigheid van directeur van de rekenkamerfunctie, respectievelijk medewerker ter kennis is gekomen.
Artikel 9
Uitvoering van onderzoek en rapportage
Onderdeel van Verordening op de rekenkamer Hardinxveld-Giessendam 2019