Van afzien van (verdere) invordering als bedoeld in artikel 10,11 en 13 wordt afgezien indien:
de terugvordering betrekking heeft op een vordering op grond van artikel 58, eerste lid, van de wet, op grond van artikel 25, eerste lid van de IOAW/IOAZ.
indien de vordering wordt gedekt door pand of hypotheek op een goed of goederen, voor zover de vordering niet op die goederen verhaald kan worden.
Paragraaf 3
Artikel 14