Ten aanzien van maatschappelijke opvang geldt dat een klant alleen hiervoor in aanmerking komt als hij:
a. feitelijk dakloos is, al dan niet voorafgaand aan opname in een (psychiatrische) kliniek, of aan detentie;
b. beperkt redzaam is op meerdere door het college aan te wijzen leefgebieden;
c. niet beschikt over alternatieven die de situatie van feitelijke dakloosheid op kunnen heffen.
Ten aanzien van beschermd wonen kan een klant alleen hiervoor in aanmerking komen als:
a. hij een psychische of psychosociale problematiek heeft; er voor hem sprake is van een noodzaak tot bescherming van zichzelf of zijn omgeving, waarbij die noodzaak direct voortkomt uit de psychische of psychosociale problematiek;
b. hij niet beschikt over alternatieven die de noodzaak voor beschermd wonen op kunnen heffen.
Het college kan nadere regels stellen inzake toelating naar aanleiding van afspraken met andere gemeenten over wederzijdse overdracht van klanten en inzake prioritering van doelgroepen bij de toegang tot beschermd wonen en maatschappelijke opvang.
Artikel 7.
Aanvullende criteria voor een maatwerkvoorziening Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Veere 2020