In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:
De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd;
Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd;
Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:
iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd;
de uitvoering en controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen;
Tegenpartijen krijgen opdracht om de bevestigingen van transacties te versturen aan de medewerker financieel beheer 2;
De transacties worden onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten en gecontroleerd door de functionaris die belast is met de betreffende interne controle.
XV VERANTWOORDELIJKHEDEN