Naar hoofdinhoud
Bij het aantrekken en uitzetten van middelen uit hoofde van de treasury functie voor een periode korter dan een jaar gelden voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer de volgende specifieke richtlijnen: De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rentecompensatie circuit bij de bank met de gunstigste condities; Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat, kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt de kasgeldlimiet niet overschreden (conform artikel 10 lid 1); Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeldleningen, kasgeldleningen en krediet in rekening courant; Toegestane instrumenten bij het extern uitzetten van gelden voor een periode korter dan één jaar zijn daggeldleningen aan derden (overheid & semi-overheid), deposito’s, spaarrekeningen, rekening-courant rekeningen en beleggingen in staatsobligaties; De gemeente vraagt bij minimaal 3 instellingen offertes op alvorens middelen worden aangetrokken of uitgezet met een looptijd korter dan één jaar. Telefonisch ontvangen offertes worden door de gemeente schriftelijk vastgelegd. Omdat de rentecondities op de rekening courant onvoldoende aantrekkelijk zijn is het van belang om geen hoge saldi op deze bankrekeningen aan te houden. Het zo optimaal sturen op dagelijkse kasoverschotten en -tekorten, met als uitgangspunt het minimaliseren van de rentekosten en het maximaliseren van de rentebaten is dé doelstelling van saldobeheer. Om het saldobeheer zo efficiënt mogelijk te organiseren wordt het aantal banken en bankrekeningen zoveel mogelijk beperkt. De verschillende bankrekeningen die worden aangehouden bij een bepaalde bank worden zoveel mogelijk ondergebracht in een zogenaamd rentecompensatiecircuit. In die situatie worden de aangehouden posities op de verschillende bankrekeningen gesaldeerd weergegeven op de concernrekening. Hierdoor zal het beheer van de diverse bankrekeningen beperkt blijven tot de hoofdrekening. Het liquiditeitenbeheer tracht door middel van het opstellen van een prognose van de verwachte in- en uitgaande geldstromen (de liquiditeitsplanning) de financieringsbehoefte tot de periode van 1 jaar inzichtelijk te maken. Dit gebeurt om de minimale liquiditeitspositie te kunnen vaststellen teneinde op elk willekeurig tijdstip aan de behoefte aan geldmiddelen te kunnen voldoen en tevens het renteresultaat te kunnen optimaliseren. Met deze renteoptimalisatie wordt bedoeld dat tijdelijke tekorten (korter dan één jaar) worden opgevangen door geld aan te trekken tegen minimale kosten en dat tijdelijke overschotten tegen maximale opbrengsten en met minimale risico’s worden uitgezet. We kennen de volgende korte termijn financieringsinstrumenten: daggeld (ook wel callgeld genoemd) staat voor opgenomen of uitgezette middelen voor onbepaalde tijd die dagelijks gewijzigd kunnen worden. kasgeldleningen zijn niet verhandelbare leningen voor een vast bedrag en voor een vaste periode (van maximaal twee jaar) tegen een vooraf overeengekomen rentepercentage. Met betrekking tot het proces van het aangaan van korte termijn financiering geldt het volgende: Voor het afsluiten van financiering voor één jaar of korter wordt vastgehouden aan het kader om bij minimaal drie instellingen offertes op te vragen; Het voornemen om over te gaan tot het aantrekken van een geldlening korter dan 1 jaar wordt beargumenteerd door de treasurer (digitaal) voorgelegd aan de concerncontroller. De concern-controller geeft hierop een goedkeuring om offertes op te vragen. In geval van spoed kan dit ook achteraf plaatsvinden. Offertes worden telefonisch door de treasurer aangevraagd (wegens praktische uitvoerbaarheid géén gezamenlijk telefonisch overleg). De treasurer legt de onderbouwing van zijn keuze vast en legt deze na de keuze voor aan de concerncontroller. De concerncontroller geeft achteraf digitaal de goedkeuring voor de transactie. De concerncontroller geeft second opinion (prestatieakkoord) op de kosten van het afsluiten van de geldlening De treasurer houdt een digitaal logboek bij waarin het volgende wordt vastlegt: Onderbouwing van de noodzaak om tot aantrekken van “kort geld” over te gaan (liquiditeitsplanning), inclusief goedkeuring door de concerncontroller; Vastlegging van de telefonische offertes door de treasurer, waarbij vermeld wordt op welke datum bij welke financiële instelling offertes zijn opgevraagd en welke offertes zijn verkregen. Vastlegging van de goedkeuring door de concerncontroller.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel