Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:
Financieringen worden uitsluitend aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak;
Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken teneinde de renterisico’s en het renteresultaat te optimaliseren;
Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn o.a. onderhandse leningen;
De gemeente vraagt offertes op bij minimaal 3 instellingen alvorens een financiering wordt aangetrokken. Deze offertes worden door de gemeente schriftelijk vastgelegd;
Het maximum van de af te sluiten geldleningen met een looptijd langer dan één jaar wordt vooraf geautoriseerd door het college;
De gemeenteraad wordt bij de begroting en de jaarrekening geïnformeerd over de hoogte van de aangegane leningen.
Dit artikel is gebaseerd op artikel 2 van de wet Fido: het aantrekken van middelen met als doel deze met winstoogmerk te beleggen is nadrukkelijk niet toegestaan.
Onderhandse geldleningen zijn leningen waarvan de voorwaarden in onderling overleg met de geldgevende partij kunnen worden vastgesteld.
De richtlijn om minimaal 3 offertes aan te vragen beoogt de marktconformiteit van financieringen te waarborgen, voor bijv. te betalen rentepercentages, provisies, (boete-)clausules bij vervroegde aflossing. Via het opvragen van meerdere offertes wordt bereikt dat er een objectief beeld is van de gebruikelijke tarieven en voorwaarden op de financiële markten op het moment van afsluiten van overeenkomsten van geldlening.
Hoofdstuk 4.
Artikel 6.