Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 12

Bijdragen in de kosten van maatwerkvoorzieningen of pgb’s

Onderdeel van Verordening Wmo & Jeugdhulp gemeente Vlissingen

De cliënt is een bijdrage in de kosten Wmo verschuldigd voor een maatwerkvoorziening Wmo of een PGB, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het PGB wordt verstrekt. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor de maatwerkvoorziening Noodfonds Mantelzorg. De bijdrage van de maatwerkvoorzieningen of PGB zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,- per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwden cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4.a, vijfde lid, van de Wmo geen of een lagere bijdrage verschuldigd is. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, lid 7 van de Wmo (opvang en beschermd wonen), worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of PGB door het CAK vastgesteld en geïnd. Indien een maatwerkvoorziening wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt en er een eigen bijdrage wordt opgelegd, dan is deze verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. Het product collectief vervoer wordt uitgezonderd van het abonnementstarief. Er wordt dus geen bijdrage via het CAK in rekening gebracht. Gebruikers betalen wel een ritprijs die vergelijkbaar is met het openbaar vervoer.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel