Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 8

Criteria Persoonsgebonden Budget

Onderdeel van Verordening Wmo & Jeugdhulp gemeente Vlissingen

Het college verstrekt een persoonsgebonden budget met in achtneming van artikel 2.3.6 Wmo 2015 en artikel 8.1.1 Jeugdwet. Onverminderd artikel 2.3.6., tweede en vijfde lid van de Wmo en artikel 8.1.1, tweede lid en vierde lid van de Jeugdwet, verstrekt het college geen PGB voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. Het tarief voor een PGB: is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen; bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie de best passende adequate op het individu toegesneden voorziening in natura. Als er meerdere voorzieningen zijn waarmee een passende bijdrage geleverd kan worden, gaat de goedkoopste voor. De hoogte van een PGB voor dienstverlening is opgebouwd uit verschillende kostencomponenten, zoals salaris, vervanging tijdens vakantie, verzekeringen en reiskosten. De hoogte van een PGB: wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het PGB gaat besteden. Dit plan is onderdeel van het ondersteuningsplan. wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het PGB toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura. De budgethouder is verplicht bij het aangaan van diensten om gebruik te maken van de op zijn situatie van toepassing zijnde modelovereenkomst van de Sociale Verzekeringsbank.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel