Naar hoofdinhoud
1.. Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie peuteropvang en voorschoolse educatie moet worden ingediend voor 1 mei volgend op het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend. 2.. Burgemeester en wethouders stellen op basis van het ingediende verzoek de subsidie vast op basis van het gedurende het kalenderjaar daadwerkelijk bezette aantal peuterplaatsen peuteropvang en/of voorschoolse educatie (startdatum en einddatum van de peuteropvang en het aanbod voorschoolse educatie). 3.. Voor de subsidiabele uren geldt het aantal conform artikel 6 lid 2 t/m 5. 4.. Indien een peuterplaats slechts gedurende een deel van het kalenderjaar is bezet wordt de vast te stellen subsidie verminderd naar rato van het aantal dagen dat de peuterplaats niet bezet is. 5.. Op de vast te stellen subsidie per peuterplaats wordt de te factureren ouderbijdrage over de deelnameperiode conform de VNG-adviestabel ouderbijdrage peuteropvang in mindering gebracht. 6.. Niet of niet geheel voldoen aan de subsidie verbonden verplichtingen zoals die blijken uit: De verantwoordingsgegevens op grond van artikel 10 of Nader opgevraagde gegevens op grond van artikel 10 of Rapportages van inspecties van de toezichthouder GGD (VGGM) of de Inspectie voor het Onderwijs Of het niet tijdig indienen van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie op grond van lid 1 of 2 van dit artikel, kan leiden tot een lagere vaststelling van de subsidie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel