Naar hoofdinhoud
1.. De aanvrager legt bij het verzoek tot vaststelling van de subsidie verantwoording af waarbij wordt overgelegd: Een overzicht van alle peuters die in het kalenderjaar hebben deelgenomen aan een door de gemeente gesubsidieerd aanbod peuteropvang of voorschoolse educatie met opgave van de periode die zij gedurende het kalenderjaar hebben deelgenomen en daarmee het aantal gerealiseerde plaatsen peuteropvang en/of voorschoolse educatie en bewijsstukken dat zij tot de doelgroep behoren waarbij: Voor peuteropvang en voorschoolse educatie per gesubsidieerde peuterplaats start- en einddatum in het kalenderjaar worden vermeld en voor zover daarom ambtelijk wordt verzocht kopieën van bewijsstukken worden overgelegd waaruit blijkt dat rechtmatig aanspraak wordt gemaakt op peuteropvang of voorschoolse educatie (ouderverklaring geenrecht op toeslag + inkomensverklaring van de belastingdienst + eventuele aanvullende bewijsstukken); Voor voorschoolse educatie start- en einddatum in het kalenderjaar en zover daarom ambtshalve verzocht wordt per gesubsidieerde peuterplaats kopieën van bewijsstukken worden overgelegd waaruit blijkt dat rechtmatig gebruik gemaakt wordt van voorschoolse educatie (indicatie van de Jeugdgezondheidszorg); Het totaalaantal daadwerkelijk bezette peuterplaatsen peuteropvang en voorschoolse educatie gedurende het kalenderjaar afgeleid van de gegevens onder lid a; De in het kalenderjaar gefactureerde ouderbijdragen en de gehanteerde uurprijs voor peuterplaatsen peuteropvang en voorschoolse educatie per peuterplaats afgeleid van lid a; De wijze waarop invulling wordt gegeven aan de verplichtingen in lid 1 tot en met 9 van artikel 3. 2.. Burgemeester en wethouders kunnen formulieren vaststellen voor het indienen van de verantwoordingsgegevens. 3.. Burgemeester en wethouders kunnen nadere gegevens opvragen om de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie conform de opgelegde verplichtingen te controleren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel