Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.5

Zorg tijdens onderwijs en kinderopvang

Onderdeel van Regeling Jeugdhulp Krimpenerwaard 2019

Een jeugdige kan binnen het onderwijs in aanmerking komen voor jeugdhulp. In algemene zin geldt daarbij het volgende: als een kind gedrag vertoont dat het leren bemoeilijkt, valt de daarbij behorende ondersteuning onder het onderwijs. Het gaat daarbij om activiteiten die te maken hebben met de lessen, het leren, de vakinhoud en de pedagogische en didactische omgang. Voorbeeld: een intelligentieonderzoek in het kader van hoogbegaafdheid kan nodig zijn om het onderwijs beter op de leerling af te stemmen. In dat geval is het onderzoek primair gericht op het leerproces. Dit valt onder de zorgplicht van scholen. De gemeente hoeft hiervoor geen voorziening te treffen. Een intelligentieonderzoek kan wel onder de verantwoordelijkheid van de gemeente vallen als het onderzoek onderdeel is van een breder diagnostisch proces in het kader van jeugdhulp. Als het leveren van meer toezicht dan gebruikelijk noodzakelijk is, kan een vorm van jeugdhulp ingezet worden tijdens het onderwijs. Jeugdhulp kan ook worden ingezet als er sprake is van een minder strakke structuur en een ander type (leer)omgeving en dit van invloed is op het gedrag van het kind met een ondersteuningsvraag. Hierbij valt te denken aan ondersteuning tijdens spelmomenten of tijdens ‘vrije’ of praktijklessen als schoolzwemmen of schoolgym. Gezien de complexiteit van het beoordelen van een aanvraag voor jeugdhulp in het onderwijs, is voor het bepalen van de meest passende zorg afstemming met de school een voorwaarde. Hierbij is vanuit school een gedetailleerde beschrijving nodig van de activiteiten en welke begeleiding/zorg daarbij gewenst is. Hierop kan de jeugdconsulent verhelderen welke problemen het kind ervaart in de deelname aan het onderwijs en bij welke zaken ondersteuning nodig en passend is. Daarbij wordt vastgesteld of de jeugdige al ondersteuning op school ontvangt/ontvangen heeft en in hoeverre omgevingsfactoren bijdragen aan de vraag om jeugdhulp op school. Als er sprake is van belemmeringen in de school en de schoolomgeving die de intensiteit of omvang van de begeleidingsbehoefte van het kind op school vergroten, dan wordt daarvoor geen jeugdhulp ingezet. De school biedt gangbare en normale dagelijkse zorg, zoals die ook geldt voor gezonde kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel. Denk hierbij aan het strikken van veters, het aantrekken van een jas en hulp bij toiletgang bij kleuters. Voor deze gangbare en normale dagelijkse zorg wordt geen jeugdhulp ingezet. Wanneer ouders werken, zijn/blijven zij verantwoordelijk voor de opvang en verzorging van hun kinderen. De ondersteuning die buiten dit werk/onderwijs om als gebruikelijke zorg wordt beschouwd, wordt daarom niet in de vorm van jeugdhulp verstrekt gedurende de tijd dat de ouders werken/onderwijs volgen. Opvang van kinderen tussen de middag op school (overblijven) wordt door het college als een vorm van kinderopvang beschouwd. De afwezigheid van ouders door werk of studie kan daarom niet leiden tot de inzet van jeugdhulp in de middagpauzes. De opvang en zorg die instanties voor kinderopvang en/of buitenschoolse opvang plegen te bieden is gebruikelijke zorg. Alleen voor de zorg die aanvullend nodig is, of die een ander doel dient dan opvang, kan jeugdhulp worden ingezet. In een fysiek overleg met jeugdige en zijn ouders, school en de jeugdconsulent van de gemeente Krimpenerwaard wordt de ondersteuningsbehoefte zoals genoemd in lid 3 van dit artikel in kaart gebracht. In het ondersteuningsplan worden de verantwoordelijkheden van jeugdige en zijn ouders, het sociale netwerk en de school duidelijk vastgelegd. Als er door de jeugdconsulent wordt doorverwezen naar een algemene voorziening of een maatwerkvoorziening wordt ingezet, dan zijn de doelen bij de inzet van deze voorziening(en) vooraf met de betrokken partijen afgestemd.

Rechtspraak bij dit artikel