Voor zover een ouder overbelast is of dreigt te raken kan van hem of haar een verminderde bijdrage worden verwacht, totdat deze (dreigende) overbelasting is opgeheven. Daarbij geldt het volgende:
wanneer er voor de ouder eigen mogelijkheden en/of voorliggende voorzieningen zijn om de (dreigende) overbelasting op te heffen, dienen deze eigen mogelijkheden en/of voorliggende voorzieningen hiertoe te worden aangewend. Als er sprake is van (dreigende) overbelasting vanwege het zelf leveren van geïndiceerde zorg, dient men die overbelasting op te heffen door deze zorg door (andere) zorgverleners uit te laten voeren/in te kopen;
voor zover de (dreigende) overbelasting wordt veroorzaakt door maatschappelijke activiteiten buiten de gebruikelijke zorg, wel of niet in combinatie met een fulltime school- of werkweek, gaat het verlenen van gebruikelijke zorg voor op die maatschappelijke activiteiten.
Voor zover het kind van 12 jaar of ouder geen intieme persoonlijke verzorging wil ontvangen van de ouder wordt geen bijdrage verwacht van de ouder.
Ouderlijk toezicht aan kinderen is gebruikelijke zorg. Kinderen hebben ouderlijk toezicht nodig. Dit toezicht wordt anders van aard naarmate een kind ouder wordt en zich ontwikkelt (zie bijlage 3.1).
Ondersteuning die de norm voor gebruikelijke zorg overschrijdt komt in de praktijk bij kinderen tot 3 jaar niet vaak voor. Kinderen in deze leeftijd hebben volledige verzorging en begeleiding van een ouder nodig. Toch kan het aan de orde zijn dat er meer toezicht of ondersteuning dan gebruikelijk nodig is
Voorbeeld: bij kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel is pedagogische correctie op gedrag gebruikelijk. Bij een cognitief beperkt kind met gedragsproblemen kan het zijn, dat er meer dan gebruikelijk correctie en aansturing van gedrag en vaak ook meer aandacht voor vaste structuur nodig is.
Begeleiding naar zwemles: hiervoor wordt geen jeugdhulp ingezet. Het is gebruikelijk dat ouders met hun kind meegaan naar zwemles.
Als er sprake is van zorgsituaties waarbij ouders voortdurend in de nabijheid moeten zijn om zorg en/of toezicht te leveren vanwege de (chronische) aandoening, stoornissen en beperkingen van het kind, wordt door het college aan ouders verzocht een aanvraag in te dienen op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). De Wlz is voorliggend op de Jeugdwet. Voor de periode waarin ouders verwikkeld zijn in een aanvraagprocedure bij het CIZ, maar er nog geen indicatie is verstrekt op grond van de Wlz, kan jeugdhulp worden ingezet.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.6
Uitzonderingen en aandachtspunten met betrekking tot gebruikelijke zorg
Onderdeel van Regeling Jeugdhulp Krimpenerwaard 2019