Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2.4

Regels voor pgb

Onderdeel van Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Wageningen 2019

1.. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de Jeugdwet of artikel 2.3.6 van de Wmo 2015. 2.. Pgb voor de inzet van het sociale netwerk is niet bedoeld voor hulp die redelijkerwijs van het sociale netwerk gevraagd kan worden. Het college kan hiervoor nadere regels opstellen. 3.. De hoogte van het pgb voor dienstverlening: a.. wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe de cliënt het pgb gaat besteden; b.. bedraagt niet meer dan maximaal 75% van de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening of individuele voorziening in natura. Het pgb moet echter altijd toereikend zijn voor een veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten. 4.. De hoogte van een pgb voor een hulpmiddel wordt gebaseerd op ten hoogste de kostprijs van het hulpmiddel die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als het hulpmiddel in natura zou zijn verstrekt. 5.. Als vervoer onderdeel uitmaakt van de pgb aanvraag, dan kent het college de goedkoopst adequate vervoersvoorziening toe. 6.. Het college is bevoegd om af te wijken van het gestelde in lid 3 als belangrijke maatschappelijke initiatieven en cliënten die via pgb zorg inkopen hierdoor in de problemen komen. 7.. Voor de inzet van het sociale netwerk geldt altijd een lager tarief maar minimaal 100% van het minimumloon. 8.. Het college stelt nadere regels over de berekeningswijze van pgb’s. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende vormen van hulp en ondersteuning met de te bieden deskundigheid, het vereiste opleidingsniveau en dat er gewerkt wordt volgens toepasselijke professionele of kwaliteitsstandaarden. 9.. Het college verleent geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. 10.. Tussenpersonen of belangenbehartigers worden niet uit het pgb betaald. 11.. Het college kan de aanvraag voor pgb weigeren als: a.. Er sprake is van een progressief ziektebeeld, waardoor de voorziening waarvoor pgb wordt aangevraagd op korte termijn niet meer voldoet. b.. De voorziening collectief vervoer betreft, waarmee de aanvrager volledig in zijn vervoersbehoefte kan voorzien. 12.. Opschorting betaling uit het pgb. Het college kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke opschorting voor ten hoogste dertien weken van betalingen uit het pgb als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e, van de Wmo en artikel 8.1.4 van de Toelichting Het college kan op grond van artikel 2.3.6 van de Wmo 2015 en op grond van artikel 8.1.1. van de Jeugdwet een pgb verstrekken voor individuele en maatwerkvoorzieningen. Als aan alle wettelijke voorwaarden daartoe is voldaan, kan zelfs van een verplichting van het college worden gesproken. Van belang is dat een pgb alleen wordt verstrekt indien de cliënt dit gemotiveerd vraagt. Met behoud van de motivatie-eis wordt geborgd dat duidelijk is dat het de beslissing van de aanvrager zelf is om een pgb aan te vragen. Uit artikel 8.1.1, derde lid van de Jeugdwet en artikel 2.3.6, vierde lid, van de Wmo, volgt dat bij verordening kan worden bepaald onder welke voorwaarden betreffende het tarief, de persoon aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, de mogelijkheid heeft om jeugdhulp en ondersteuning te betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. De te stellen voorwaarden kunnen niet echter zover gaan dat het inschakelen van informele hulp geheel wordt uitgesloten. In het tweede lid staat dat pgb voor het sociale netwerk alleen wordt ingezet voor het sociale netwerk, als deze inzet niet redelijkerwijs van het sociaal netwerk gevraagd kan worden. Bij de toegang wordt dit samen met de cliënt besproken. Het college heeft dit nadere regels verder uitgewerkt. De hoogte van het pgb moet in de Verordening zijn vastgelegd. Het college kan wel nadere regels opstellen over de berekeningswijze van het pgb. In lid drie is geregeld dat de hoogte van het pgb voor dienstverlening maximaal 75% is van de kostprijs van de vergelijkbare zorg in natura. Het gaat dan om de kostprijs van de goedkoopst, adequate individuele voorziening of maatwerkvoorziening. Mocht deze 75% niet voldoende zijn en belangrijke maatschappelijke initiatieven of inwoners die via de PGB zorg inkopen komen hierdoor in de problemen, kan maatwerk worden toegepast (zesde lid). Pgb voor hulpmiddelen (vierde lid) wordt gebaseerd op ten hoogste de kostprijs van het hulpmiddel in natura die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen. Als vervoer onderdeel uitmaakt van de pgb aanvraag, dan kent het college ook de goedkoopst adequate vervoersvoorziening toe (vijfde lid). Welke dit is, is afhankelijk van de mate waarin de pgb-gerechtigde, zijn ouders en/of het sociaal netwerk zelf het vervoer kunnen organiseren en wat redelijkerwijs van hen verwacht mag worden. Binnen het pgb zijn de volgende mogelijkheden: -een kilometervergoeding voor het vervoer van huis naar de locatie waar de hulp/ondersteuning geboden wordt; -een vergoeding van de kosten van het openbaar vervoer, tweede klas. Voor de inzet van het sociale netwerk geldt altijd een lager tarief (zevende lid). Ook als het sociale netwerk voldoet aan de professionele standaarden. Het negende lid geeft aan dat het in beginsel niet mogelijk is om achteraf kosten te declareren. Ook tussenpersonen of belangenbehartigers kunnen niet uit het pgb betaald worden (tiende lid). In het elfde lid zijn de aanvullende gemeentelijke regels opgenomen om pgb te weigeren, naast de wettelijke bepalingen. In de Wmo 2015 en Jeugdwet is al vastgesteld dat het college een pgb kan verstrekken, indien: De cliënt naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat is te achten tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, in staat is te achten de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren De cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat de individuele voorziening die wordt geleverd door een aanbieder door hem niet passend wordt geacht. (Jeugdwet) De cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget wenst geleverd te krijgen (Wmo2015) Naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de individuele voorzieningen behoren en die de cliënt van het budget wil betrekken, van goede kwaliteit zijn. Voorbeelden van een weigeringsgrond met betrekking tot het eerste punt is: er is sprake van schuldsanering of schulden; eerdere fraudering met een PGB; gok- of drugsverslaving. In het elfde lid is geregeld dat het college de aanvraag voor pgb kan weigeren als er sprake is van een progressief ziektebeeld, waardoor de voorziening waarvoor pgb wordt aangevraagd op korte termijn niet meer voldoet. Er zijn situaties denkbaar waarin er sprake is van een progressief ziektebeeld waarbij het tempo van de verslechtering van de conditie van de patiënt niet te voorspellen is (bijvoorbeeld bij de ziekte A.L.S.). Indien er sprake is van een progressief ziektebeeld waardoor de voorziening waarvoor pgb wordt aangevraagd op korte termijn niet meer voldoet gaat de gemeente in overleg met de burger actief op zoek naar een gepaste oplossing waarmee de burger akkoord kan gaan. De gekozen oplossing dient de eigen regie en zelfredzaamheid van de burger te stimuleren en te faciliteren. Als vervoer onderdeel uitmaakt van de pgb aanvraag, dan kent het college ook de goedkoopst adequate vervoersvoorziening toe. Als de pgb-gerechtigde of zijn ouders niet in staat is met eigen kracht of met behulp van het sociaal netwerk, vervoer te organiseren, of dat de afstand en frequente van het vervoer de gebruikelijke zorg overschrijdt, dan kan een collectieve vervoersvoorziening worden toegekend. Als de pgb gerechtigde aangewezen is op collectief vervoer, dan kan het college het pgb weigeren. Het twaalfde lid geeft het college de mogelijkheid om de betalingen aan de SVB maximaal 13 weken op te schorten als er aanwijzingen zijn dat het pgb niet wordt gebruikt voor het doeleinde waarvoor het is verleend. Overigens heeft de Sociale Verzekeringsbank de gemeente gemandateerd voor eenmalige of incidentele pgb, bijvoorbeeld voor woningaanpassingen en vervoersmiddelen, om op verzoek van de budgethouder betalingen te verrichten ten laste van een door het college toegekende eenmalige pgb.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel